Taphrina betulae (Fuckel) Johanson, 1886

Ascomycota, Taphrinaceae

op Betula

on Betula

gal: de aantasting lijkt op die door T. carnea, maar is veel zwakker: geïsoleerde bladeren hebben vlekken, en alleen jonge bladeren krijgen bulten. Op boven- en onderzijde staat bij rijpheid een laag verticale asci, 20-50 µm hoog, elk op een lage basale cel.

gall: the gall resembles the one by T. carnea, but is much less strongly expressed: isolated leaves have spots (± 1 cm), and only young leaves have bulges. At maturity the surface is lined with a layer of 20-50 µm high asci, each one on a low basal cell.

waardplanten: Betulaceae, monofaag

hostplants: Betulaceae, monophagous

Betula pendula, pubescens, turkstanica.

literatuur:

references:

Abras, Fassotte, Chandelier & Cavelier (2008a), Bacigálová, Mułenko & Wołczańska (2005a), Buhr (1964b), Dauphin & Aniotsbehere (1997a). Doppelbauer (1973a), Klenke & Scholler (2015a), Kozłowska, Mułenko & Heluta (2015a), Mix (1949a)

24/02/2017