Taphrina caerulescens (Desmazières & Montagne) Tulasne, 1866

Fungi, Ascomycota, Taphrinomycetes, Taphrinales

op Quercus

on Quercus

Quercus rubra, België, prov. Antwerpen, Balen, Griesbroek, Groot Netewoud © Carina Van Steenwinkel

Taphrina caerulescens galls on Quercus rubra

Quercus rubra, Belgium, prov. Antwerp, Balen, Griesbroek, Groot Netewoud © Carina Van Steenwinkel

detail, onderzijde

Taphrina caerulescens gall on Quercus rubra

detail, underside

Quercus rubra, België, prov. Namen, Chimay, Forge-Jean-Petit © Stéphane Claerebout

Taphrina caerulescens on Quercus rubra

>Quercus rubra, Belgium, prov. Namur, Chimay, Forge-Jean-Petit © Stéphane Claerebout

zelfde blad, onderzijde

Taphrina caerulescens on Quercus rubra

same leaf, underside

zwaarder aangetast blad

Taphrina caerulescens on Quercus rubra

more heavily infected leaf

onderzijde

Taphrina caerulescens on Quercus rubra

underside

Quercus rubra, België, prov. Limburg, Beverlo, Vallei van de Grote Beek © Carina Van Steenwinkel

Taphrina caerulescens on Quercus rubra

Quercus rubra, Belgium, prov. Limburg, Beverlo, Vallei van de Grote Beek © Carina Van Steenwinkel

ascus (congo-rood kleuring)

Taphrina caerulescens: ascus

ascus (congo red staining)

twee asci met talloze conido

Taphrina caerulescens: ascus

two asci with numerous conidia

gal: zwak verdikte of blazige, naar boven opbollende bladvlekken, veelal nog geen cm groot. Aan onderzijde asci die zonder steelcel, verankerd met rhizoid-achtige uitlopers op de epidermis staan en grote aantallen conidia bevatten (in feite gekiemde sporen). In een volgend stadium van de levens-cyclus leven deze als gisten op de bladeren.

gall: weakly thickened or blistered leaf spots, protruding at the upperside, generally less than a cm in size. Asci hypophyllous without a basal cell, anchored with rhizoid-like extensions to the epidermis, containing numerous conidia (spores that have sprouted). In the next stage of the life cycle they live as yeasts on the leaf surface.

waardplanten: Fagaceae, monofaag

hostplants: Fagaceae, monophagous

Quercus cerris, coccifera, frainetto, hartwissiana, lusitanica, petraea, pubescens, robur, rubra.

Plus een lange reeks Noordamerikaanse eiken. Volgens Redfern & Shirley in Engeland vooral op Q. rubra.

Plus a long row of North American oaks. According to Redfern & Shirley in the UK mainly on Q. rubra.

parasiet: Cladosporium taphrinae is een obligate parasiet van deze soort.

parasiet: Cladosporium taphrinae is an ob;ogate parasite of this species.

literatuur:

references:

Brandenburger (1985a: 62), Buhr (1965a), Dauphin & Aniotsbehere (1997a), Klenke & Scholler (2015a), Melgarejo Nárdiz, García-Jiménez, Jordá Gutiérrez ao (2010a), Mix (1936a, 1949a), Redfern & Shirley (2011a), Tomasi (2014a).

02/04/2017