Taphrina carnea Johanson, 1886

Ascomycota, Taphrinaceae

op Betula

on Betula

gal: blad met verscheidene opvallende, gele of rode, ietwat verdikte opbollingen. Op boven- en onderzijde staat bij rijpheid een laag verticale asci, 30-90 µm hoog. De asci staan direct op het blad, zonder basale cel.

gall: leaf with several conspicuous, red or yellow, somewhat thickened bulges. At maturity the surface is lined with a layer of 30-90 µm high asci. The asci are placed directly on the leaf, without a base cell.

waardplanten: Betulaceae, monofaag

hostplants: Betulaceae, monophagous

Betula pendula, pubescens.

synoniemen: Taphrina janus (Thomas) Giesenhagen, 1892; T. lata Palm, 1918.

synonyms: Taphrina janus (Thomas) Giesenhagen, 1892; T. lata Palm, 1918.

literatuur:

references:

Buhr (1964b), Coulianos & Holmåsen (1991a), Dauphin & Aniotsbehere (1997a), Klenke & Scholler (2015a), Mix (1949a)

28/02/2014