Taphrina insititiae (Sadebeck) Johanson, 1886

Fungi, Ascomycota, Taphrinomycetes, Taphrinales

op Prunus

on Prunus

gal: het mycelium ontwikkelt zich intercellulair in de takken en bladeren.Dit uit zich in abnormaal verdikte twijgen en de vorming van dichte heksenbezems. Volgens Klenke & Scholler leidt de aantasting ook toy het uitblijven van bloei, en een roze verkleuring van de bladeren die een geur van hooi krijgen.

gall: the mycelium develops intercellularly in the branches and leaves. This is expressed by an abnormal thickening of the twigs and the development of dense witches' brooms. According to Klenke & Scholler it also leads to sterility, and a pink discolouration of the foliage that gives off a smell of hay.

waardplanten: Rosaceae, nauw monofaag

hostplants: Rosaceae, narrowly monophagous

Prunus domestica subsp. insititia.

synoniemen: de Index Fungorum (2016) en veel auteurs beschouwen Taphrina insititiae als een synoniem van T. pruni; moleculair onderzoek door Petrýdesová, Bacigálová & Sulo laat echter zien dat het om een autonome soort gaat.

synonyms: the Index Fungorum (2016) and many authors consider Taphrina insititiae a synonym of T. pruni. However, molecular research by Petrýdesová, Bacigálová & Sulo demonstrated that it is an autonomous species.

literatuur

references

Klenke & Scholler (2015a), Petrýdesová, Bacigálová & Sulo (2013a).

24/04/2016