Taphrina nana Johanson, 1886

Fungi, Ascomycota, Taphrinomycetes, Taphrinales

op Betula

on Betula

gal: duidelijke heksenbezems, met naar boven gerichte takken; vergeling van het blad, zonder dat het blad, of de scheut verdikt of vervormt. Op het blad (aanvankelijk alleen de onderzijde) een laag rechtopstaande cylindrische asci van 10-30 µm hoog, elk op een lage sokkel, waarin 8 sporen die vaak al begonnen zijn zich te delen. Arctisch-alpiene soort.

gall: clear witches' brooms, with upwards directed branches; yellowing of the leaf, not accompanied by any swelling of the leaf or the shoot. On the leaf (initially only hypophyllous) a layer of erect, cylindrical asci, 10-30 µm high, each on a low base cell, containing 8 spores that often already have started to divide. Arctic-alpine species

waardplanten: Betulaceae, monofaag

hostplants: Betulaceae, monophagous

Betula nana, pendula, pubescens.

synoniemen: Taphrina alpina Johanson, 1886.

synonyms: Taphrina alpina Johanson, 1886.

literatuur:

references:

Buhr (1964b), Klenke & Scholler (2015a), Mix (1949a), Tomasi (2014a).

06/10/2015