Tilletia brachypodii-ramosi Zogg, 1967

Fungi, Basidiomycota, Exobasidiomycetes, Tilletiales

op Brachypodium

on Brachypodium

gal: lange, gezwollen, bruine striemen op de bladen, bedekt door de epidermis; als die opensplijt komt een zwartbruine, stinkende, poederige sporenmassa vrij. De sporen meten 18-23 µm, het oppervlak heeft een diepe netvormige structuur, waarbij de richels aan de bovenzijde spis zijn (in tegenstelling tot bij T. olida, die ook op deze waardplant kan voorkomen).

gall: long, swollen, brown striae on the leaves, covered by the epidermis; when this splits open a blackish-brown, fetid, powdery mass of spores is released. The spores measure 18-23 µm; their surface is deeply reticulate, while the top of the ridges is acute (contrary to T. olida, that may occur on the same host).

waardplanten: Poaceae, monofaag

hostplants: Poaceae, monophagous

Brachypodium retusum.

literatuur:

references:

Ivić, Sever, Scheuer & Lutz (2013a), Vánky (1994a), Zogg (1983a).

27/12/2016