Tranzschelia thalictri (Chevallier) Dietel, 1922

Fungi, Basidiomycota, Pucciniomycetes, Pucciniales

op Thalictrum

on Thalictrum

gal: Geen waardwisseling, geen aecia of uredinia. Spermogonia niet beschreen. Telia onderzijdig, verspreid, vaak in groot aantal; ze zijn donkerbruin, poederig, omgeven door de resten van de opengebarsten epidermis. De bladeren zijn misvormd, bleek, de plant groeit hoog op. Teliosporen bestekeld, tweecellig, maar gemakkelijk uiteenvallend.

gall: No host plant alternation, no aecia or uredinia. Spermogonia not described. Telia hypophyllous, often very numerous, pulverulent, dark brown, surrounded by the remnants of the ruptured epidermis. The leaves are disfigured, pale, the plant is etiolated. Teliospores spinose, two-celled, but easily falling apart.

waardplanten: Ranunculaceae, nauw monofaag

hostplants: Ranunculaceae, narrowly monophagous

Thalictrum aquilegiifolium, dioicum, flavum, foetidum, jacquinianum, minus, pubigerum, pupurascens, simplex.

synoniemen: Puccinia thalictri Chevallier, 1826.

Sommige auteurs, waaronder Termorshuizen & Swertz, en ook de Index Fungorum (2016) beschouwen thalictri als conspecifiek met T. anemones.

synonyms: Puccinia thalictri Chevallier, 1826.

Some authors, including Termorshuizen & Swertz, and also the Index Fungorum (2016) consider thalictri conspecific with T. anemones..

literatuur:

references:

Brandenburger (1985a), Dietrich (2016b), Gäumann (1959a), González Fragoso (1924a), Klenke & Scholler (2015a), Termorshuizen & Swertz (2011a), Tomasi (2014a).

14/04/2017