Urocystis filipendulae (Tulasne) Schröter, 1870

Fungi, Basidiomycota, Ustilaginomycetes, Urocystidales

op Filipendula

on Filipendula

gal: loodkleurige, langgerekte blaren op de bladstelen en nerven die in de lengte openbarsten en een zwartbruine, korrelig-poederige massa sporenballen vrijgeven. De sporenballen, die gemakkelijk uiteenvallen, bestaan uit 1-8 sporen, met slechts enkele steriele cellen aan de buitenzijde.

gall: lead-colored, elongated blisters on the petioles and veins that rupture longitudinally, releasing a blackish brown, granular-powdery mass of spore balls. The easily desintegating spore balls consist of 1-8 spores, with only a few peripheral sterile cells.

waardplanten: Rosaceae, nauw monofaag

hostplants: Rosaceae, narrowly monophahous

Filipendula vulgaris.

literatuur:

references:

Ainsworth & Sampson (1950a), Almaraz (1998a), Brandenburger (1985a), Buhr (1964b), Klenke & Scholler (2015a), Redfern & Shirley (2011a), Vánky (1994a).

23/03/2017