Uromyces alsinis Tranzschel, 1907

Fungi, Uredinales, Pucciniaceae

op Minuartia

on Minuartia

gal: Geen waardwisseling, alleen uredinia en telia. Uredinia bruin, poederig; sporen 18-23 x 19-25 µm, met 3 kiemporen. Telia bruinzwart; sporen eencellig, bolrond, ø 17-22 µm; steel < 15 µm, afbrekend.

gall: No host plant alternation, only uredinia and telia. Uredinia brown, pulverulent; spores 18-23 x 19-25 µm, with 3 germination pores. Telia blackish brown; spores one-celled, globular, ø 17-22 µm; pedicel < 15 µm,brittle.

waardplanten: Caryopyhyllacae, monofaag

hostplants: Caryopyhyllacae, monophagous

Minuartia setacea.

synoniemen: wordt wel als conspecifiek beschouwd met U. scleranthi. De uit Griekenland beschreven U. petitmenginii Maire, 1930, op Minuaartia globulosa, verschilt van alsinis door de grotere teliosporen (21-25 x 23-30 µm).

synonyms: sometimes considered conspecific with U. scleranthi. From Greece has been described U. petitmenginii Maire, 1930, living on Minuaartia globulosa; it differs from alsnis by the larger teliospores (21-25 x 23-30 µm).

opmerkingen: soort beschreven uit de Krim.

Bahcecioglu & Gjaerum melden U. scleranthi uit Turkije op Minuartia hamata en meyerei.

notes: speciies described from the Crimea.

Bahcecioglu & Gjaerum report U. scleranthi fromn Turkey on Minuartia hamata and meyerei.

literatuur:

references:

Bahcecioglu & Gjaerum (2004a), Brandenburger (1985a), Klenke & Scholler (2015a).

23/12/2016