Uromyces caricis-sempervirentis Fischer, 1898

Fungi, Uredinales, Pucciniaceae

op Phyteuma

on Phyteuma

gal: aecia in aantal verspreid over de hele onderzijde van het blad, bekervormig, geelwit; het mycelium is systemisch en overwintert met de plant.

gall: aecia in numbers scattered over the entire underside of the leaf, cupulate, yellowish white; the mycelium is systemic and hibernates with the plant.

spermogonia, aecia: Campanulaceae, monofaag

spermogonia, aecia: Campanulaceae, monophagous

Phyteuma betonicifolium, globulariifolium, hemisphaericum, michelii, orbiculare, scheuchzeri, spicatum.


op Carex

on Carex

gal: uredinia klein, bruin, vooral aan het bovenste deel van de stengel; urediniosporen met 2-3 poren. Telia klein en zwart, tussen de uredinia. Teliosporen eencellig, bolrond, wand glad, bovenaan sterk verdikt; steel hyalien, afvallend.

gall: uredinia small, brown, mainly at the upper part of the stem; urediniospores with 2-3 pores. Telia small, black, between the uredinia. Teliospores one-celled, globular; wall smooth, apically strongly thickened; pedicel hyaline, deciduous.

uredinia, telia: Cyperaceae, nauw monofaag

uredinia, telia: Cyperaceae, narrolwy monophagous

Carex sempervirens.

synoniemen: Puccinella caricis-sempervirentis (Fischer) Sydow, 1922. Volgens de Index Fungorum (2016) is de geldige naam; maar hij wordt door geen moderne auteur gebezigd.

synonyms: Puccinella caricis-sempervirentis (Fischer) Sydow, 1922. According to the Index Fungorum (2016) this is the valid name; however, the name is disregarded by modern authors.

literatuur:

references:

Brandenburger (1985a), Buhr (1965a), Doppelbaur (1968a), Gäumann (1959a), Schmid-Heckel (1985a).

11/11/2016