Uromyces festucae-nigricantis Gonzalez-Fragoso, 1914

Fungi, Basidiomycota. Pucciniomycetes, Pucciniales, Pucciniaceae

op Ranunculus

on Ranunculus

gal: Spermogonia in kleine groepen, beiderzijdig. Aecia ondderzijdig, in compacte groepen, bekervormig met een naar buiten omgeslagen rand die in slippen verdeeld is.

Aecia op Ranunculus van dit type kunnen tot een aantal soorten behoren; determinatie op basis van uiterlijke kenmerken is vrijwel onmogelijk. Ze wordn bij wijze van noodoplossing wel collectief aageduide als Aecidium ranunculi-acris.

gall: spermogonia in small groups, amphigenous. Aecia hypophyllous, in compact groups, cupulate with recurved magin split into segments,

Aecia on Ranunculus of this type can belong to several species; identificaion on the basis of morphological characters is virtually impossible. By way of an emergency solution they are collectively addressed as Aecidium ranunculi-acris.

spermogonia, aecia: Ranunculaceae, nauw monofaag

spermogonia, aecia: Ranunculaceae, narrowly monophagous

Ranunculus aconitifolius

Veronderstelde waardplant! (Talrijk in naaste omgeving)

Supposed hostplant! (Numerous nearby)


op Festuca

on Festuca

gal: uredinia en telia vooral onderzijdig, op gele bladvlekken. Uredinia spoedig naakt, poederig, helder roestkleurig; sporen 18-22 x 20-6 µm, met 3-5, soms meer, kiemporen. Telia compact, zwartbruin; teliosporen eencellig, op een permanente 14-24 µm lang steel.

gall: uredinia and telia mainly hypophyllous,on yellow leaf spots. Uredinia soon naked, pulverulent, bright rust-coloured; spores 18-22 x 20-6 µm, with 3-5, sometimes more, germination pores. Teloa compact, blackish brown; teliopores one-celled on a persistent pedicel of 14-24 µm.

uredinia, telia: Poaceae, narrowly monofaag

uredinia, telia: Poaceae, narrowly monophagous

Festuca melanopsis (= nigricans).

literatuur:

references:

Gäumann (1959a), González-Fragoso (1925a), Klenke & Scholler (2015a).

20/04/2017