Uromyces fulgens Bubák, 1907

Fungi, Uredinales, Pucciniaceae

op Cytisus, Lembotropis

on Cytisus, Lembotropis

gal: Geen waardwisseling. Sopermogonia en aecia onderzijdig, ook op de stengel. Aecia bekervormig met een witte, teruggeslagen, in slippen verdeeld peridium; sporenmassa geel. Uredinia onderzijdig, zeer klekn, vroeg naakt, kaneelkleurig; sporen 20-25 x 20-28 µm, verwijderd fijnstekeling, met 3-6 verspreide poren. Telia evenzo, donkerder bruin; sporen eencellig 14-20 x 15-25 µm, duidelijk wattig; top met een lage kleurloze papil; steel hyalien, kort, afbrekend.

gall: No hostplant alternation. Spermogonia and aecia hypophyllous, also on the stems. Aecia cupulate, with a white, outwards curved, perididium, divided into segments; spore mass yellow. Uredinia hypophyllous, very small, soon naked, cinnamon-coloured; spores 20-25 x 20-28 µm, remotely spinulose, with 3-6 randomly distributed pores. Telia similar, dark brown; spores 14-20 x 15-25 µm, one-celled, coarsely verrucose; top with a low hyaline papilla; pedicel hyaline, deciduous, short.

uredinia, telia: Fabaceae, nauw oligoofaag

uredinia, telia: Fabaceae, narrowly oligophagous

Cytisus austriacus & subsp. heuffelii, hirsutus, ratisbonensis, ruthenicus, supinus; Lembotropis nigricans.

literatuur:

references:

Brandenburger (1985a), Gäumann (1959a), Klenke & Scholller (2015a), Tomasi (2012a).

19/11/2016