Uromyces graminis (Niesl) Dietel, 1892

Fungi, Basidiomycota. Pucciniomycetes, Pucciniales, Pucciniaceae

op Apiaceae

on Apiaceae

gal: Spermogonia tussen de aecia, uiteindelijk honingkleurig. Aecia grotendeels onderzijdig op sterk gezwollen delen van het blad; ze doen zich voor als wratjes waar het peridium door een pore in de top te voorschijn komt. Sporen bleekgeel, dikwandig (tot 3 µm), zeer dicht fijn-wrattig met 3-6 poren die door een vlakke papil bedekt zijn.

gall: Spermogonia between the aecia, eventually honey-coloured. Aecia mostly hypophyllous, on strongly swollen parts of the leaf; they appear as warts, with the peridium extending through an apical pore. Spores pale yellow, thick-walled (up to 3 µm), very densely fine-verruculose, with 3-6 pores covered by a low papilla.

spermogonia, aecia: Apiaceae, oligofaag

spermogonia, aecia: Apiaceae, oligophagous

Ammi majus; Conium maculatum; Coriandrum sativum; Crithmum maritimum; Daucus carota, crinitus; Ferula communis, linkii; Foeniculum vulgare; Heracleum sphondylium subsp. sibiricum; Laserpitium siler; Petroselinum crispum; Ridolfia segetum; Scandix pecten-veneris; Seseli austriacum, osseum, tortuosum; Thapsia garganica; Torilis africana, nodosa.

González-Fragoso (1922a) vermeldt nog Seseli glaucum; volgens de the Plant List (2017) kan dit Seselo montanum of Trinia glauca zijn.

>González-Fragoso (1922a) mentions Seseli glaucum; according to the Plant List (2017) rthis is either Seselo montanum or Trinia glauca.


op Melica

on Melica

gal: uredinia als lange kussens de bovenzijde van het blad of op de bladschede. Urediniosporen dikwandig, fijn-bestekeld, met 5-8 poren. Telia lineair, bovenzijdig. Teliosporen eencellig, bijna bolvormig; wand glad, apicaal sterk verdikt; steel stevig, blijvend, langer dan de spore.

gall: uredinia as long epiphyllous cushions, also on the leaf sheaths. Urediniospores thick-walled, spinulose, 5-8 pores. Telia linear, epiphyllous. Teliospores one-celled, almost globular; wall smooth, apically strongly thickened; pedicel stout, persistent, longer than the spore.

uredinia, telia: Poaceae, monofaag

uredinia, telia: Poaceae, monophagous

Melica ciliata & subsp. glauca + magnolii, minuta, nutans, transsilvanica.

literatuur:

references:

Brandenburger (1985a), Buhr (1964b), Gäumann (1959a), Gjaerum (1987a), González-Fragoso (1922a, 1925a), Klenke &anp; Scholler (20915a), Tomasi (2014a), Unamuno (1941b).

12/05/2017