Uromyces lapponicus Lagerhein, 1890

Fungi, Uredinales, Pucciniaceae

op Astragalus

on Astragalus

gal: geen waardwisseling; geen uredinia. Spermogoa bovenzijdig. Aecia onderzijdig, een groot deel van het blad bedekkend, geel, bekervormig, peridium gewimperd. Telia bruin, onderzijdig, poederig; vaak op rachid en bladsteel. Teliosporen eencellig, dunwandig, met een lage apical papil en een korte, hyaliene, afbrekende steel. Verse teliosporem zijn glad maar gedroogd zijn ze duidelijk wrattig, met de wratten vooral apical in korte rijtjes. De sporen zijn (19)21-25(30) µm lang. De schimmel is systemisch en overwintert in ondergrondse delen van de plant; aangetaste planten ogen bleek een ziekelijk.

gall: no host plant alternation; no uredinia. Spermogonia epiphyllous. Aecia hypophyllous, covering a large part of the leaf, cupulate, yellow; peridium frayed. Telia brown, hypophyllous, pulverulent, often on rachis and petiole. Teliospsores one-celled, thin-walled with a low apical papilla and a short hyaline, deciduous pedicel. Fresh teliospores are smooth, but dried ones clearly are verrucose, the warts especially apically in short rows. The length of the spores is (19)21-25(30) µm. The fungus is systemic and hibernates in the below-ground parts of the plant; infected plants look pale and diseased.

waardplanten: Fabaceae, nauw oligofaag

hostplants: Fabaceae, narrowly oligoophagous

Astragalus alpinus, australis, frigidis; Oxytropis campestris, jacquinii.

opmerkingen: soort met een alpiene verspreiding.

notes: species with an alpine distribution.

literatuur:

references:

Brandenburger (1985a), Buhr (1964b), Gäumann (1959a), Jage, Scholler & Klenke (2010a), Klenke & Scholler (2015a), Mayor (1967a).

07/12/2016