Uromyces proeminens (de Candolle) Léveillé, 1847

Fungi, Basidiomycota. Pucciniomycetes, Pucciniales, Pucciniaceae

op Euphorbia

on Euphorbia

gal: geen waardwisseling. Aecia onderzijdig, over het hele blad verspreid, bleekgeel, peridium onopvallend. Uredinia vooral bovenzijdig, bruinig; sporen verspreid fijn-stekelig, met (4)5(6) poren. Telia eveneens vooral bovenzijdig, bruinzwart. Teliosporen eencellig, eivormig met een lage apicale papil; wand gelijkmatig dun, fijn-wrattig; steel hyalien, kort.

gall: no host plant alternation. Aecia hypohyllous, dispersed all over the leaf, pale yellow, peridium inconspicuous. Uredinia mainly epiphyllous, brownish; spores dispersed fine-spinulose, with (4)5(6) pores. Also telia mainly epiphyllous, blackish brown. Teliospores 1-celled, ovoid with a low apical papilla; wall uniformly thin, finely verrucose; pedicel hyaline, short.

waardplanten: Euphorbiaceae, monofaag

hostplants: Euphorbiaceae, monofaag

Euphorbia chamaesyce, granulata, hirsuta, humifusa, hypericifolia, inaequilatera, oblongifolia, petiolata, polygonifolia, serpens.

opmerkingen: Noord-Amerikaanse soort die als adventief in heel Europa op kan duiken maar zelden langdurig stand houdt. De schimmel is systemisch en verspreidt zich met het zaad van de waardplant.

notes: North American species that as an adventive pops up throughout Europe, generally without maintaining itself for long. The fungus is systemic and is dispersed through the seeds of its host plant.

literatuur:

references:

Brandenburger (1985a), Buhr (1964b), Gäumann (1959a), Klenke & Scholler (2015a), Vanderweyen & Fraiture (2008a).

04/12/2016