Uromyces sedi Gäumann, 1954

Fungi, Basidiomycota. Pucciniomycetes, Pucciniales, Pucciniaceae

op Hylotelephium

on Hylotelephium

gal: geen waardwisseling. Spermogonia honingkleurig, deels in grote, bovenzijdige groepen, deels in in onderzijdige kringen rond de aecia. Aecia in dichte onderzijdige groepen, diep ingezonken in het plantenweefsel, eerst bedekt door de epidermis die later scheurt en de heldergele sporenmassa vriju geeft. Geen uredinia. Telia zeer klein, bruinzwart, onderzijdig, poederig, tussen de aecia; sporen eencellig, onregelmatig van vorm, op een korte, afvallende steel.

gall: no hostplant alternation. Spermongonia honey-coloured, partly in large epiphyllous groups, partly in circles around the aecia. Aecia in dense hypophyllous groups, deeply sunken in the host tissue, af first covered by the epidermis that later ruptures, releasing the bright yellow spore mass. No uredinia. Telia very small, blackish brown, pulverulent, hypophyllous, between the aecia; spores one-celled, irregular in shape, on a short, deciduous pedicel.

waardplanten: Crassulaceae, nauw monofaag

host plants: Crassulaceae, narrowly monophagous

Hylotelephium anacampseros.

literatuur:

references:

Gäumann (1959a), Klenke & Scholler (2015a).

13/12/2016