Uromyces splendens Blytt, 1896

Fungi, Uredinales, Pucciniaceae

op Astragalus

on Astragalus

gal: geen waardwisseling; geen spermogonia of uredinia. Aecia onderzijdig, een groot deel van het blad bedekkend, geel, bekervormig, peridium gewimperd. Telia bruin, onderzijdig, poederig. Teliosporen eencellig, dunwandig, met een lage apical papil en een korte, hyaliene, afbrekende steel. Verse teliosporem zijn glad maar gedroogd zijn ze duidelijk wrattig, met de wratten vooral apical in korte rijtjes. De sporen zijn (22)25-30(33) µm lang.

gall: no host plant alternation; no spermopgonia or uredinia. Aecia hypophyllous, covering a large part of the leaf, cupulate, yellow; peridium frayed. Telia brown, hypophyllous, pulverulent. Teliospsores one-celled, thin-walled with a low apical papilla and a short hyaline, deciduous pedicel. Fresh teliospores are smooth, but dried ones clearly are verrucose, the warts especially apically in short rows. The length of the spores is (22)25-30(33) µm.

waardplanten: Fabaceae, nauw monofaag

hostplants: Fabaceae, narrowly monophagous

Astragalus leontinus, norvegicus.

opmerkingen: soort met een arcto-alpiene verspreiding.

notes: species with an arcto-alpine distribution.

literatuur:

references:

Brandenburger (1985a), Buhr (1964b), Gäumann (1959a), Klenke & Scholler (2015a).

16/10/2016