Zaghouania phillyreae Patouillard, 1901

Fungi, Basidiomycota. Pucciniomycetes, Pucciniales

op Phillyrea

on Phillyrea

Phillyrea latifolia, uit González-Fragoso (1925a) A: teliosporen (deels al kiemend, een basidium vormend); B urediniosporen; C: aeciosporen

Zaghouania phillyreae: spores

>Phillyrea latifolia, from González-Fragoso (1925a) A: teliospores (partly germinating, forming a basidium); B urediniospores; C: aeciospores

gal: spermogonia bovenzijdig, flesvormig, diep ingezonken. Aecia voornamelijk onderzijdig, op verdikte, gezwollen plekjes, bedekt door de epidermis; aeciosporen in ketens met een netvormige structuur. Uredinia en telia bovenzijdig, kleine gele plekjes, aanvankelijk bedekt door de epidermis, later poederig.

gall: spermogonia epiphyllous, flask-shaped, deeply sunken in. Aecia mainly hypophyllous, small thickened, swollen patches, initially subepidermal; aeciospores catenulate with a reticulate structure. Uredinia and telia epiphyllpus, small yellow patches, initially subepidermal, later powdery.

waardplanten: Oleaceae, monofaag

hostplants: Oleaceae, monophagous

Phillyrea angustifolia, latifolia.

literatuur:

references:

Bahcecioglu & Gjaerum (2004a), Dauphin & Aniotsbehere (1997a), Gäumann (1959a), González-Fragoso (1925a), Henderson (2000a, 2004a), Hüseyin (2004a), Llorens i Villagrasa (1984a), Negrean (1997a), Preece & Hick (1994a), Savchenko, Heluta, Wasser & Nevo (2014c), Wilson & Henderson (1966a).

29/05/2017