Aphis fabae Scopoli, 1763

Hemiptera, Aphididae

op Euonymus (Philadelphus, Viburnum)

on Euonymus (Philadelphus, Viburnum)

gal: Aphis fabae is een complex van ondersoorten, of soorten nog in het proces van soortsvorming. Onderling zijn ze min of meer kruisbaar, en de morfologische verschillen zijn gering en variabel. De volgende ondersoorten worden in het algemeen onderscheiden: Aphis fabae cirsiiacanthoidis, fabae evonymi, fabae fabae, fabae mordvilkoi en fabae solanella.

gall: Aphis fabae is a complex of subspecies, or species still in the process of speciation. Between them they can hybridise, and the morphological differences are small and variable. Generally, the following subspecies are distinguished: Aphis fabae cirsiiacanthoidis, fabae evonymi, fabae fabae, fabae mordvilkoi, and fabae solanella.

primaire waardplanten: Adoxaceae, Celastraceae, Hydrangeaceae: polyfaag

primary hostplants: Adoxaceae, Celastraceae, Hydrangeaceae: polyphagous

Euonymus europaeus; Philadelphus coronarius; Viburnum opulus.

Niet alle ondersoorten leven op elke van deze drie waardplanten.

Not all subspecies live on all three hostplants.


secundaire waardplanten: zeer polyfaag op kruiden, of zaailingen van houtige gewassen. Per ondersoort bestaan er duidelijke voorkeuren, maar niet één ondersoort lijkt volledig daartoe beperkt te zijn.

secondary hostplants: strongly polyphagous on herbs, or seedlings of woody plants. Each of the subspecies has a clear preference of one or more hosts plants, but none of them is limited thereto.

waardplanten: incomplete llijst

hostplants: incomplete list

Achillea ptarmica, salicifoilia; Actaea spicata; Aegopodium podagraria; Aesculus hippocastanum; Amaranthus; Angelica archangelica, sylvestris; Anagallis arvensis; Anethum; Anthriscus caucalis, cerefolium, sylvestris; Apium graveolens; Arctium; Asclepias syriaca; Asparagus; Atriplex; Berteroa incana; Beta vulgaris; Borago officinalis; Buxus sempervirens; Campanula rapunculoides, trachelium; Callistephus chinensis; Capsella burs-pastoris; Carduus acanthoides, crispus, nutans; Carum cari; Centaurea calcitrapa, scabiosa, stoebe; Centranthus; Chaerophyllum bulbosum; Chamerion angustifolium; Chenopodium album; Cirsium arvense, palustre; Convolvulus; Corandrum sativum; Cornus; Crataegus; Cucumis; Dahlia; Daucus; Deutzia scabra; Digitalis; Echinops; Foeniculum; Fumaria; Galiun; Gentiana lutea; Helianthus; Hyoscyamus aureus, niger; Impatiens balsamina, glandulifera, parviflora; Lupinus; Lycopersicon esculentum; Lyccopsis arvensis; Lysimachia vulgaris; Lythrum; Malus; Malva moschata, neglecta, sylvestris; Myrrhis odorata; Oxalis; Oxyria; Papaver; Pastina sativa; Phacelia tanacetifolia; Phaseolus vulgaris; Pimpinella anisum.major; Pisum; Portulaca; Pyrus; Rheum; Robinia; Rumex; Satureja hortensis; Senecio vulgaris; Seseli linbanotis; Silene diocia; Silybum mariannum;; Solanum tubeosum; Sonchus; Spinacia oleracea; Spiraea japonica; Tagetes; Tripleuospermum inodorum; Tropaeolum majus; Ulmus; Urtica; Valeriana officinalis; Veronica; Vicia faba; Vitis vinifera.

literatuur:

references:

Basky (2014a), Blackman & Eastop (2014), Buhr (1964a, 1965a), Dauphin & Aniotsbehere (1997a), Hellrigl (2004a), Kollár (2011a), Lampel & Meier (2007a), Máca (2012a), Nieto Nafría, Mier Durante, García Prieta & Pérez Hidalgo (2005a), Rakauskas & Trukšinaitė (2011a), Roskam (2009a), Tomasi (2012a, 2014a).

17/02/2017