Craspedolepta subpunctata (Foerster, 1848)

Hemiptera, Psyllidae

op Chamerion

on Chamerion

gal: de eieren worden afgezet op de bladen; de larven van het eerste stadium dalen af naar de wortels. Hier ontstaat een gal, bestaande uit een massa verbleekte, sterk vertakte, gespiraliseerde en verdikte wortels; de gal is ongeveer een cm in diameter. Pas na de overwintering in de gal komen bleek okerkleurige larven van het 5e, laatste, stadium naar boven en leven, zonder vergalling te veroorzaken, op de bladeren en stengels.

gall: the eggs are deposited in the leaves; the first stage larvae descend to the roots. Here a gall develops, consisting of a tangle of bleached, strongly branched, spiralled and swollen roots; the gall is about a cm in diameter. Only after hibernation the pale ochreous larvae of the final, 5th, instar migrate upwards, and live, without causing any gall on the leaves.

waardplanten: Onagraceae, monofaag

hostplants: Onagraceae, monophagous

Chamerion angustifolium.

synoniemen: Neocraspedolepta subpunctata.

synonyms: Neocraspedolepta subpunctata.

literatuur:

references:

Bird & Hodkinson (1999a, 2005a), Buhr (1964b), Burckhardt (1983a, 2002a), Conci, Rapisarda & Tamanini (1992a), Hellrigl (2004a), Hodkinson (2009a), Lauterer & Baudyš (1968a), Malenkovský & Lauterer (2012a), O’Connor & Malumphy (2011a), Ossiannilsson (1992a), Redfern & Shirley (2011a)

28/02/2017