Rhopalosiphoninus staphyleae (Koch, 1854)

Hemiptera, Aphididae

op Staphylea

on Staphylea

gal: bladen zijn gekruld en bleekgeel gevlekt. De bladluizen in het voorjaar zijn 2-3 mm groot, geelwit of bleekgeel met een doorschijnend witte vlek vooraan op de rug. In de zomer migreert een deel van de populaties naar secundaire waardplanten, maar andere blijven op de primaire waardplant. Deze dieren zijn veel donkerder, donker olijfgroen of bruinig met een zwartgroene dorsale tekening.

gall: leaves are curled and mottled pale yellow. Apterae in spring measure 2-3 mm, they are yellowish white or pale yellow with a translucent whitish spot on anterior part of dorsal abdomen. In summer part of the populations migrate to secondary hostplants, but others remain in place. These animals are much darker, dark olive green or brownish with very dark green or black dorsal markings.

primaire waardplanten: Staphyleaceae, monofaag

primary hostplants: Staphyleaceae, monophagous

Staphylea colchica, pinnata.


secundaire waardplanten: zeer polyfaag, zelf ook grassen en houtige gewassen

secondary hostplants: strongly polyphagous, even grasses and woody plants

Anemone; Anthericum; Capsella; Cardamine; Crocus; Hemerocallis; Lamium; Oxalis; Tulipa; Vinca......

literatuur:

references:

Blackman & Eastop (2014), Buhr (1965a), Roskam (2009a), Tomasi (2014a).

11/06/2015