Trioza apicalis Foerster, 1848

Hemiptera, Triozidae

op Apiaceae

on Apiaceae

gal: larven aan de onderzijde van het blad, dat daardoor opbolt en vervormt. Larven plat en vrijwel rond, geheel omgeven door een stralenkrans van witte wasdraden.

Bladkrullingen treden ook op bij jonge bladen, die niet met de bladvlooien in contact geweest zijn. Het effect van de insecten op de planten is dus systemisch.

gall: larvae at the underside of the leaf, causing it to bulge upwards and get disfigured. Larvae dorsoventrally flattened and almost circular, entirely surrounded by a nimbus of radiating white wax threads.

Leaf curls even occurred in young leaves, that never have been in contact with the psyllids. This demonstrates that the effect of the insects on the plants is systemic.

waardplanten: Apiaceae, oligofaag

hostplants: Apiaceae, oligophagous

Aethusa; Angelica sylvestris; Anthriscus sylvestris; Carum carvi; Chaerophyllum temulum; Coriandrum sativum; Daucus carota; Pastinaca sativa; Petroselinum crispum; Peucedanum ostruthium; Pimpinella anisum, major.

Daucus carota is de belangrijkste waardplant (Láska, 2011a).

Daucus carota is the main host plant (Láska, 2011a).

literatuur:

references:

Buhr (1964a, 1965a), Burckhardt (1983a, 2002a), Coulianos & Holmåsen (1991a), Dauphin & Aniotsbehere (1997a), Láska (2011a), Malenkovský & Lauterer (2012a), Ossiannilsson (1992a), Redfern & Shirley (2011a), Roskam (2009a), Seljak (2006a), Tomasi (2014a), White & Hodkinson (1982a).

01/04/2017