Andricus cydoniae Giraud, 1859

Hymenoptera, Cynipidae

op Quercus

on Quercus

gal: Donzig behaarde, groene (later bruine en houtige) min of meer eivormige gal van ca 1.5 cm lang aan het einde van een tak. Op de gal staan vaak nog een paar min of meer normale bladeren. De gal heeft aan de bovenzijde een grote opening die toegang geeft tot een grote galkamer, aan de onderzijde waarvan zich een groot aantal eivormige binnengallen bevindt, elk met één larve, die zich in de gal verpopt.

gall: Downy hairy, green (ultimately brown and woody), more or less ovoid gall of about 1.5 cm long at the end of a branch. From the gall often some more or less normal leaves may sprout. Near the tip the gall has a large hole that opens into a spacious gall chamber that has a large number of ovoid inner gall in its lower half, each with one solitary larva that pupates within the gall.

waardplanten: Fagaceae, monofaag

hostplants: Fagaceae, monophagous

Quercus cerris.

opmerkingen: Waarschijnlijk is dit de sexuele generatie van Andricus hartigi dan wel A. truncicola (Stone ea, 2008a).

notes: This probably is the sexual generation of either Andricus hartigi or A. truncicola (Stone ao, 2008a).

literatuur:

references:

Buhr (1965a), Cerasa (2015a), Dauphin & Aniotsbehere (1997a), Hellrigl (2009a, 2010a), Hellrigl & Bodur (2015a), Hesse (1972a), Katılmış & Kıyak (2008a), Kemal & Koçak (2010a), Kollár (2011a), Kwast (2012a, 2014a), Marković (2015a), Melika (2006a), Melika, Csóka & Pujade-Villar (2000a), Roskam (2009a), Stone, Atkinson, Rokas, Nieves-Aldrey, Melika, Ács, Csóka, Hayward, Bailey, Buckee & McVean (2008a).

15/01/2017