Lampronia fuscatella (Tengström, 1848)

Lepidoptera, Incurvariidae

op Betula

on Betula

Betula pendula, België, prov. Luxemburg, Seloignes, Réserve naturelle de la Fourchinée; © Stéphane Claerebout

Lampronia fuscatella: gall on Betula pendula

Betula pendula, Belgium, prov. Luxembourg, Seloignes, Réserve naturelle de la Fourchinée; © Stéphane Claerebout

gal: Min of meer ronde opzwelling in takken van 3-13 mm dik, meestal in een knoop; vaak zijn verscheidene knopen achter elkaar vergald. Larve gewoonljk solitair. De larve is volgroeid tegen het eind van de zomer, en overwintert dan in de gal. In het voorjaar wordt een uittree-opening in de gal gemaakt, die wordt afgesloten met spinsel, aan de buitenzijde gemaskeerd met roodbruine frass. Dan wordt een taaie witte cocon gemaakt, waarin de verpopping plaatsvindt. De vlinder komt in mei-juni te voorschijn.

gall: More or less rotund swelling in branches of 3-13 mm diameter, generally at a node; often several adjacent nodes are galled. Larva usually solitary. It is fully grown near the end of the summer, and hibernates in the mine. In spring an exit hole is prepared, closed with silk and camouflaged at the outside with reddish-brown frass. Then a tough, whitish cocoon is made in which pupation takes place. The moths appear in May-June.

waardplanten: Betulaceae, monofaag

hostplants: Betulaceae, monophagous

Betula pendula.

synoniemen: Incurvaria tenuicornis Stainton, 1854.

synonyms: Incurvaria tenuicornis Stainton, 1854.

literatuur:

references:

Bowdrey (1988a), Buhr (1964a), Heath & Pelham-Clinton (1983a), Redfern & Shirley (2011a), Roskam (2009a)

26/02/2014