Acarodomatia

Het woord acarodomatium betekent letterlijk zoiets als ‘onderkomen voor mijten’. Met deze term bedoelt men structuren aan plantenbladeren waar mijten zich kunnen vestigen of terugtrekken. De meest voorkomende acarodomatia zijn de bekende haarbosjes in de oksels van dikke nerven, zoals bijv. bij linde. Soms zitten hier ook ‘afdakjes’ (vaak bij meidoorn), of is er een echte holte (goed te zien bij laurierblad in de keuken).Men neemt aan dat vooral roofmijten hiervan profiteren, die vanuit deze uitvalsbases kunnen jagen op spintmijten en jonge stadia van thripsen. Ook oude, geopende mijnen spelen kennelijk een rol als acarodomatium, want heel vaak blijken ze mijten te bevatten.

Een interessant extra hierbij is dat ook galmijten van mijnen kunnen profiteren. In de blaasmijnen van Phyllonorycter platani op plataan is namelijk een gespecialiseerde galmijt gevonden, die binnen de beschutting van deze mijn cellen van het bladparenchym aansteekt en uitzuigt (Domes, 2002a).

Het is heel merkwaardig dat er onder de mijten geen bladmineerders zijn. Mijten, Acari, vormen een uitzonderlijke gevariĆ«erde groep, en het is niet makkelijk om een aanpassing te bedenken die niet door mijten is ‘uitgevonden’. In feite hebben ze het mineren wel degelijk ontdekt, niet bij planten, maar bij zoogdieren: tussen schurft en een mijn bestaat niet veel wezenlijk verschil.

1.ix.2007

mod 27.vii.2017