Frass

Het meest kenmerkende resultaat van de activiteit van de minerende larve zijn zijn uitwerpselen. Alleen bij oude, al lang verlaten, mijnen kan regenwater de frass hebben uitgewassen. De mijnen zien er dan vaak wittig uit. En natuurlijk is er ook een relatief klein aantal mijnen waar de frass naar buiten wordt gewerkt. De kleur van de frass is (bij verse mijnen) vaak heel constant, soms warmbruin, zwart, of groenig. Meestal bestaat de frass uit vrij droge korreltjes. Vooral bij vliegenlarven is de frass echter soms halfvloeibaar (Weiss, 2006a).

Stigmella aurella: frass

Stigmella aurella op braam: frass

Agromyzidae

Bij agromyziden treden alle overgangen op, van losse kleine korrels, tot parelsnoertjes, en vandaar tot slierten; zelfs zijn er soorten waar de hele gang met vervloeide frass gevuld is.

Liriomyza congesta: frass

Liriomyza congesta op wikke

Agromyziden-larven liggen op hun zij in de mijn, en maaien met hun sikkelachtige kaken in verticale beweging het bladweefsel weg. Doordat hun lichaam ietwat banaanvormig is, liggen zowel mond als anus hetzij aan de ene, dan wel aan de andere kant van een gangmijn. Ze keren zich regelmatig van de ene zij op de ander, en het resultaat is dat de frass in twee rijen komt te liggen. Deze tweesporigheid is een goed hulpmiddel om in gangmijnen agromyziden-mijnen te onderkennen.

Amauromyza lamii: frass pattern

Amauromyza lamii op hennepnetel: begingang

Het tempo waarmee de larve zich omkeert is niet voor alle soorten gelijk. Sommige soorten, zoals Agromyza alnivora, lijken zich na elke hap om te gooien.

Agromyza alnivora: frass pattern

Agromyza alnivora op els

lange draden

Soms, zoals bij sommige kevers, bestaat de frass uit dunne staafjes, of zelfs lange draden. In het laatste geval lijken de mijnen op die van Eriocrania-soorten die de frass in een bijna continue draad afzetten.

Eriocrania sangii: frass

Eriocrania sangii op berk: frass

Nepticulidae

De larven van sommige soorten Nepticulidae (dwergmotjes) bewegen hun achterlijfspunt ritmisch heen en weer, met gevolg dat de frasskorrels in keurige boogjes gerangschikt liggen

Stigmella oxyacanthella: frass pattern

Stigmella oxyacanthella op meidoorn

Als de anus precies in de middenlijn van de gang blijft resulteert een heel nauw frass-spoor. In veel gevallen is de breedte van de frasslijn doorslaggevend voor de determinatie (al komen er ook soorten voor die alle extremen vertonen).

Stigmella trimaculella: frass pattern

Stigmella trimaculella op canada-populier

waar laat je het?

Soms, zoals bij bladwesplarven (Tenthredinidae) liggen de frasskorrels los in de mijn; in oude, droge mijnen liggen ze als gemalen peper in een zakje op het diepste punt van de mijn. In vouwmijnen (van Gracillariidae) liggen de frasskorrels, gewoonlijk door een gordijntje van spinsel bijeengehouden, in een apart deel van de mijn. Veel vaker wordt de frass aan epidermis geplakt. Bij veel vlinders wordt in de voldiepe mijn de frass gekleefd aan de bovenepidermis, het ‘plafond’ van de mijn. Het is daarbij merkwaardig dat dit niet alleen gebeurt door larven die ruggelings in de mijn liggen (bijv. Ectoedemia septembrella), maar ook door larven die op hun buik liggen (bijv. de Stigmella aurella, foto hierboven). Maar het gedrag vertoont niet aldoor een systematisch patroon: Ectoedemia albifasciella heeft de frass in losse korrels!

Ectoedemia septembrella: frass

Ectoedemia septembrella op gevleugeld hertshooi: het plafond van de blaas, met aangeplakte frasskorrels

Ectoedemia albifasciella: frass

Ectoedemia albifasciella op eik, geopende mijn

Agromyziden-larven, die op hun zij in de mijn liggen, en geen voldiepe mijn maken, plakken de frass hetzij aan de epidermis, dan wel aan de bodem. Of hierin een taxonomisch patroon zit, en of dit voor alle soorten constant is, moet nog worden bekeken.

Phytomyza pubicornis: frass

Phytomyza pubicornis op zevenblad, geopende mijn: frass op de epidermis

12510

Aulagromyza luteoscutellata op kamperfoelie, geopende mijn: frass op de bodem van de mijn

Zelden wordt de frass als teerachtige druppels gedeponeerd op de bodem van de mijn; het plafond blijft brandschoon. Dit gebeurt bij de kever Isochnus sequensi maar evengoed bij de vlinder Cameraria ohridella.

Isochnus seqensi: frass

Isochnus seqensi op schietwilg

de ultieme hygiene

Een klein aantal soorten maakt openingen in de mijn, en verwijdert daardoor de meeste frass. Voorbeelden zijn Atemelia– en Coptotriche-soorten. Hier zijn de openingen klein en onopvallend. Bij de bladwesp Heterarthrus nemoratus ligt de opening precies in de bladrand.

Heterarthrus nemoratus: frass

Heterarthrus nemoratus op berk

Het dwergmotje Ectoedemia subbimaculella maakt een brede scheur in zijn blaasmijn.

Ectoedemia subbimaculella: frass ejection slit

Ectoedemia subbimaculella op eik

Natuurlijk bevindt zich ook geen frass in vlekmijnen, en in mijnen waar de larve met zijn achtereind uit de mijn steekt, als Bedellia somnulentella of Epermenia chaerophyllella.

Epermenia chaerophyllella: larva

Epermenia chaerophyllella op fluitekruid

17/10/2013

pub 17.x.2013 ยท mod 1.viii.2017