boogsnede

Ooit moet een mijn door zijn bewoner worden verlaten. Vaak heeft de opening die dan gemaakt wordt een kenmerkende vorm. Bij die Agromyzidae-soorten waar de larven voor de verpopping de mijn verlaten maakt de larve een zuiver boogvormige snede in de epidermis.

17391

Agromyza alnivora op els: boogsnede

boven- of onderzijdig

Vaak is het kenmerkend voor een soort of deze snede gemaakt wordt in de onder- dan wel in de bovenepidermis; bij Phytomyza minuscula, een soort met een bovenzijdige mijn, is de boogsnede altijd onderzijdig.

Bij Stigmella-soorten is de snede een wat meer toegespitste boog, en ook hier is de boven- of onderzijdige uitgang vaak een even constant kenmerk als de positie van het ei.

12532

Phytomyza minuscula op kleine ruit: onderzijdige boogsneden

verhuizen

De meeste minerende larven maken hun hele ontwikkeling door in één mijn. Er zijn echter ook soorten waarvan de larven naar een ander (deel van een) blad kunnen verhuizen en daar een nieuwe mijn maken. Een enkele soort doet dit ‘binnendoor’, via de bladsteel, stengel, bladsteel van een nieuw blad, maar bij de meeste soorten kruipt de larve werkelijk uit de mijn, en boort zich elders weer naar binnen. Met een beetje geluk is vaak het gat te zien waar een larve zich weer in het blad heeft geboord om een nieuwe mijn te beginnen.

Lang niet alle soorten zijn tot zoiets in staat: jezelf schrap zetten, een gat in de epidermis bijten, en jezelf inboren, dat is voor veel larven een onmogelijkheid.

14099

Mompha raschkiella op wilgenroosje: opening

verwijderen van frass

Openingen in de mijn hebben soms ook vooral een functie voor het naar buiten werken van frass.

pub 19.vii.2010 · mod 1.viii.2017