Parasitoiden

Verreweg de grootste doodsoorzaak wordt gevormd door parasitoiden. Wanneer een mijn wordt opengemaakt is vaak een parasitoidlarve te zien, die bezig is de mineerder uit te zuigen. Het is daarbij opmerkelijk dat vaak een nog maar kleine parasitoid-larve zijn slachtoffer al volledig heeft overmeesterd: die is bijna onbeweeglijk en het lichaam is ingrijpend veranderd van kleur en transparantie. Vaak is de immobiliteit van de larve het gevolg van een verlammende of dodelijke steek door een wesp tijdens de ovipositie. Parasitoid-wijfjes steken een larve soms ook aan zonder een ei af te zetten, vaak om zelf lichaamsvloeistof van de prooi te drinken.

Agromyza nana op klaver

12982

endoparasitoiden

Parasitoid-larven kunnen zich ook bevinden binnenin het lichaam van hun gastheer. Ze zijn alleen waar te nemen als een gastheerlarve met chemische middelen transparant gemaakt is, en dan nog alleen als de parasitoid-larve niet al te weinig is gechitiniseerd.

parasitoid in Pegomyua hyoscymai

12703

littekens

Zwarte vlekjes op een larve zijn littekens, en bijna altijd het gevolg van de ovipositie door (endo-)parasitoid.

Amauromyza flavifrons op dagkoekoeksbloem

12605

ook poppen

Meestal sterft een geparasiteerde larve voordat hij aan verpoppen toekomt; maar niet altijd.

Phyllonorycter comparella op grauwe abeel

14695

uitgang

Via het kleine gaatje heeft een parasitoid de mijn verlaten.

Cameraria ohridella op paardenkastanje

7291

mijn van Phytomyza minuscula op akelei: lege parasitoïd-pop in de mijn, met uitsluip-opening

bladwespen

Een parasitoid-ei is bevestigd aan het eerste abdominaalsegment. Het ei loopt uit in een steeltje van variabele lengte, dat met een sterk gechitiniseerd onderhuids anker aan de gastheer is bevestigd. Deze eieren komen alleen voor bij bladwespen.

Metallus lanceolatus op nagelkruid

12934

Het betreft eieren van het sluipwespengeslacht Grypocentrus (Ichneumonidae, Tryphoninae).

De foto hieronder toont het ei van G. albipes Ruthe, een soort die uitsluitend leeft op Fenusa pumila. Deze bladwesp is vanuit Europa onopzettelijk ingevoerd in Noord-Amerika, en is daar bijzonder schadelijk. Om deze plaag in toom te houden heeft men G. albipes bij wijze van biologische bestrijding vanuit Europa geïntroduceerd. (Leo Blommers, mond. meded.; Eichhorn & Pschorn-Walcher, 1973a).

Fenusa pumila op berk

14123

Braconidae

Cocon van een sluipwesp in een vouwmijn; het bruine krummeltje is het lege restant van de gastheer. De sluipwesp behoort tot het geslacht Pholetesor (Braconidae, Microgastrinae). Parasitoiden worden op hun beurt geparasiteerd door hyperparasitoiden, en de cocon van deze Pholetesor-soort hangt vrij in de mijn om daardoor onbereikbaar te zijn voor de legboren van zijn vijanden (dank aan Kees van Achterberg, Leiden en Mark R Shaw, Edinburgh, voor deze informatie).

Phyllonorycter kleemannella op els

12634

Encyrtidae

in de geopende cocon in deze vouwmijn ligt in plaats van de de pop een zestal parasitoid-cocons. Dergelijke cocons zijn typisch voor het Encyrtidae-geslacht Holcothorax (LHM Blommers, mond. meded.)

Phyllonorycter rajella op els

12811

Eulophidae

Vijf parasitoiden-poppen in een vouwmijn; van de gastheer is niets meer over

-0047

een popje, dorsaal; dergelijke popjes zijn vanChrysocharis-soorten, of daarmee verwante geslachten (meded. Theo Gijswijt).

mijnen518

ventraal

mijnen520

Entomopathogene schimmels

Er bestaan verscheidene groepen schimmels die zich ontwikkelen ten koste van levende insecten. Op zichzelf lijkt het leven in een mijn een effectieve bescherming te geven tegen infectie door schimmelsporen. Zoals onderstaande foto laat zien lijkt dat niet volledig op te gaan, zelfs bij een soort waar de larve nooit de mijn verlaat, tenzij dan uiteindelijk om te verpoppen.

Profenusa pygmaea larvae with cordyceps-like fungus

Quercus robur, Duin en Kruidberg. Deze larve is slachtoffer geworden van een entomopathogene schimmel, misschien een verwant van Cordyceps; een zwaardvormig vruchtlichaampje van ca 5 mm stak door de epidermis van de mijn naar buiten.

literatuur

Bernardo, Pedata & Viggiani (2006a).

18/08/2010

pub 30.iv.2015 · mod 27.vii.2017