Lepidoptera: Bucculatricidae

Bucculatricidae worden door Emmet (1985a) en Davis (1987a) opgevat als een onderfamilie binnen de Lyonetiidae, maar in overeenstemming met de Fauna Europaea (2014) hier als een aparte familie beschouwd (zie ook Seksyaeva, 1990a). Het enige geslacht is Bucculatrix. Twee biologische verschillen zijn dat de Lyonetiidae de eieren middels een legboor afzetten in het bladweefsel, terwijl de Bucculatricidae de eieren buitenop het blad plaatsen. Bucculatricidae maken een kenmerkerkend geribbeld wit coconnetje.

De mijnen zijn altijd gangachtig. en klein tot zeer klein. Ten dele hangt dit ermee samen dat de larven na enige tijd de mijn verlaten en dan vrij aan de bladeren vreten.

Evenals bij nepticuliden beginnen de mijnen met een vaak goed zichtbaar eischaaltje, dit is echter niet halfbol en zwart-glimmend, maar een plat ovaaltje met een iriserende glans. Bovendien hebben, in tegenstelling to bij de nepticuliden, de larven buikpoten met haakjes. Een laatste verschil tenslotte is dat Bucculatrix-larven opmerkelijk slank zijn. Het frass-vrije deel van de mijn waarin de larve zich bevindt, dan wel bevond, is meer dan driemaal zo lang als breed (net als bij Lyonetia), terwijl deze ruimte bij Nepticulidae duidelijk minder dan driemaal zo lang als breed is. (Heel zelden, als er met een larve iets mis is, laat dit kenmerk ons in de steek!)

Bucculatricidae are considered a subfamily of the Lyonetiidae by Emmet (1985a) and Davis (1987a) but in accordance with the Fauna Europaea (2014)) they are treated here as a separate family (see also Seksyaeva, 1990a). The only included genus is Bucculatrix. Two biological differences are that the Lyonetiidae have an ovipositor and deposit their eggs within the leaf tissue, while Bucculatricidiae glue their eggs to the surface. Bucculatricidae have a characteristically ribbed elongate cocoon.

The mines always are corridors, and small, often very small. This partly is connected to the fact that only young larvae are miners; older larvae live free on the leaf, mostly causing window feeding.

Like in Nepticulidae the mines start at a well visible external egg shell, but the egg is not globular and shining, but rather oval, more flattened, and especially iridescent. Contrary to the Nepticulidae the prolegs have crochets. A final difference is that Bucculatrix larvae are remarkably slender. This makes that the frass-free larval chamber is more than three times as long as wide (like in Lyonetia); in nepticulids the larval chamber clearly is relatively shorter and wider. (Very rarely, when the health a larva is seriously wrong, this character may lead us astray!)

literatuur:

references:

Emmet (1985a), Davis (1987a), Seksyaeva (1990a).

23/11/2014