Ascomycota: Clavicipitaceae

Moederkoren en verwanten

De familie behoort binnen de Ascomycota tot de Pyrenomycetes, gekenmerkt doordat de asci worden gevormd in een gespecialiseerd vruchtlichaam: perithecium, een zakvormige holte met een nauwe opening. Bij deze familie liggen de perithecia ingebed in een stroma. De ascosporen zijn naaldvormig, bijna zo lang als de ascus, al dan niet met septen.

Bij Epichloe is het stroma een witte, later bruine, laag op een grashalm; hier worden eerst conidia gevormd, later in het stroma ingezonken perithecia.

Op door Claviceps geïnfecteerde grasbloemen ontwikkelt zich aanvankelijk een oppervlakkig mycelium waar conidia worden gevormd (samen met een zoete vloeistof die vlinders en vliegen aantrekt). Later wordt het vruchtbeginsel veranderd in een opvallend sclerotium, waaruit na de winter paddestoelvormige stromata onstaan.

Ergot fungi and relatives

Within the Ascomycota, the family belongs to the Pyrenomycetes, characterised by having the asci in a specialised fruiting body, the perithecium: a sac-like cavity with a narrow opening. In this family the perithecia are emdedded in a stroma. The ascospores are needle-like, almost as long as the ascus, often septate.

In Epichloe the stroma is a white, eventually brown, layer on a grass culm; here first conidia are formed, later the perithecia, sunken in the stroma.

On grass flowers infected by Claviceps initially a superficial mycelium develops on which conidia are formed (together with a sweet liquid that attracts flies and moths). Later the ovary is transformed into a conspicious sclerotium, on which after the winter mushroom-like stromata develop.

literatuur:

references:

Alexopoulos, Mims & Blackwell (1996a), Pažoutová, Olšovská, Linka, Kolínská & Flieger (2000a), Pažoutová (2002a).

15/12/2014