Coleoptera: Curculionidae

Snuitkevers

De in een snuit uitgetrokken kop en de geknikte antennen van de volwassen kevers zijn kenmerkend genoeg. De larven, zonder uitzonder planteneters, zijn pootloos; ze zijn sterk gekromd.

Een klein aantal soorten zijn mineerders. Van veel meer soorten leven de larven als boorders in stengels of wortels, waarbij vergalling kan optreden.

Bij veel soorten bijt het wijfje een wond in de plant, om daarin vervolgens een ei af te zetten. Vaak wordt de wond met een secreet afgedekt.

Weevils

The head, elongated into a rostrum, and the geniculate antennae of the adult beetles are sufficiently characteristic. The larvae, without exception phytophagous, don't have thoracic legs; often they are strongly curved.

A small number of species are miners. The larvae of many more species live as borers in stems or roots, often accompanied by galling.

In many species the females bites a wound in the plant, next depositing an egg there. Often finally the spot is covered by a secretion.

literatuur:

references:

Heijerman (1993a), Kleine (1924/5a), Morris (1993a), Rheinheimer & Hassler (2010a), Scherf (1964a).

26/11/2014