Lepidoptera: Heliozelidae

Een kleine familie met in Europa een achttal soorten. De larven mineren in de bladschijf, maar soms ook in de bladsteel of in de dikke nerven (enkele soorten maken gallen). Altijd rondt de mineerder zijn larve-bestaan of door een stukje te snijden uit de boven- en onderepidermis van de mijn, de twee stukjes samen te spinnen, en zich daarin te laten vallen. De larven bekleden het zakje van binnen met spninsel; ze overwinteren in deze cocon, en en verpoppen zich na de winter. Heliozelidae en soorten van de verwante familie Incurvariidae zettten hun eieren middels een legboor af in het bladweefsel. Veel soorten zijn geassocieerd met de plantenfamilie Vitaceae.

A small family with 8 species in Europe. The larvae mine in the leaf blade, sometimes also in the petiole or in a thick vein (some species make galls). The miner always finishes its laval life by excising an small piece from the upper and lower epidermis of its mine, spinning them together, and then dropping to the ground in this case. They line the inside of the case with more silk, forming a cocoon. They hibernate in the cocoon; pupation takes place after the winter. Heliozelidae and species of the related family Incurvariidae insert their eggs into the leaf tissue by means of an ovipositor. Many species are associated with the plant family Vitaceae.

literatuur:

references:

Davis (1987a), Dziurzynski (1958a) Emmet (1983a), van Nieukerken, Wagner, Baldessari, Mazzon, Angeli, Girolami, Duso & Doorenweerd (2012a), Parenti (2008a).

23/11/2014