Brachycera: Tephritidae (Trypetidae)

Boorvliegen

De volwassen vliegen zijn meestal gemakkelijk te herkennen aan de fraai gevlekte vleugels, groene ogen en de zware legboor van de wijfjes. De larven zijn alle planteneters. Een deel leeft in vruchten en bessen (en is daardoor soms schadelijk). Een klein aantal leeft als mineerder, of leeft in vergalde plantenstengels. De meeste leven in de hoofdjes van Asteraceae: soms leven de larven daar tussen de bloemen, maar ook kunnen daar complexe gallen ontstaan, ook in de bloembodem.

De larven hebben een kenmerkend kopskelet, doordat de bovenste achterwaarts gerichte arm een sterk, voorwaarts wijzend, uisteeksel heeft.

Fruit flies

The adult flies are easily recognisable by their attractively decorated wings, green eyes and the formidable ovipositor of the females. All larvae are phytophagous. Some develop in fruits and berries (and for that reason may be pest species.) A small number lives as miner, or live in galled stems. Most species develop in the flower heads of Asteraceae, sometimes simply living between the florets, but also complicted galls may develop, also in the receptacle.

The shape of the cephalic skeleton of the larva is quite characteristic by the forward-pointing hook of the upper rear arm.

Acidia cognata: kopskelet

Acidia cognata: cephalic skeleton

Acidia cognata: cephalic skeleton

Het voorspiraculum is breed kamvormig.

The anterior spiraculum is broadened like a comb.

Trypeta zoe: voorspiraculum

Trypeta zoe: anterior spiraculum

Trypeta zoe: front spiraculum

literatuur:

references:

Baugnée (2006a), Phillips (1946a), Smit (2010a), White (1988a).

30/11/2014