Lepidoptera: Tischeriidae

Mondiaal een kleine familie, met nog geen tien soorten in Europa (Davis, 1987a; Parenti, 2000a), maar alle opvallende en vaak talrijke mineerders. Alle soorten verwijderen de frass uit de mijn, via speciale openingen. De mijnen worden van binnen met veel zijde bekleed, waardoor ze meestal een lichte, opvallende kleur hebben. Door krimpen van de zijde in de mijn kunnen de mijnen ietwat samentrekken, en zijn dan in feite vouwmijnen. De larven hebben een donkere kop en anale plaat, en liggen vaak in hoefijzer-vorm in de mijn.

Globally a small family, with less than ten species in Europe (Davis, 1987a; Parenti, 2000a), but all conspicuous, and some common, leafminers. Frass is ejected from the mine, through openings made for the purpose. The inside of the mine is lined with much silk, which gives them a light colour. The silk somewhat shrinks, causing the mines to contract and bulge a bit, in fact creating tentiform mines. The larvae have a dark brown head and anal shield; they often lie in the mine curved like a horseshoe.

literatuur:

references:

Davis (1987a), Parenti (2000a), Sato (1993a), Toll (1959b).

21/11/2014