Ceutorhynchus leprieuri Brisout, 1881

Coleoptera, Curculionidae

op Brassicaceae

on Brassicaceae

gal: larven (snuitkeverlarven) in ca 5 mm grote, vlezige, lensvormige, aan beide zijden uitpuilende galletjes in de bladschijf. Vaak verscheidene in een blad; ze zijn intens groen, waardoor ze vooral in een vergelend blad sterk opvallen. Larve solitair, verpopping in de gal. Ovipositie in het najaar en, na de overwintering, in het voorjaar.

gall: Larvae (weevil larvae) in ± 5 mm large, succulent, lenticular galls in the leaf disk, protruding at both sides. Often several in a leaf; they are deep green throughout, making them very conspicuous especially in a yellowing leaf. Larva solitary, pupation in the gall. Oviposition in autumn and, after hibernation, again in spring.

waardplanten: Brassicaceae, oligofaag

hostplants: Brassicaceae, oligophagous

Alyssum; Brassica napus, oleracea, rapa; Bunias; Coincya monensis subsp. cheiranthos; Raphanus raphanistrum, sativus; Rapistrum; Sinapis arvensis.

literatuur:

references:

Buhr (1964b, 1965a), Rheinheimer & Hassler (2010a), Tomasi (2014a).

12/06/2015