Dibolia depressiuscula Letzner, 1847

Coleoptera, Chrysomelidae

mijn Zeer doorzichtige blaasmijn, van waaruit korte, brede uilopers kunnen uitgaan. Frass geconcentreerd in het centrum. De larve verpopt buiten de mijn.

mine Very transparant blotch from which short broad lobes may extend. Frass concentrated in the centre. Pupation outside the mine.

waardplanten: Lamiaceae, Plantaginaceae, nauw polypfaag

hostplants: Lamiaceae, Plantaginaceae, narrowly polyphagous

Ballota; Clinopodium acinos; Eremostachys laciniata; Galeopsisspeciosa, tetrahit; Veronica austriaca subsp. teucrium.

fenologie Larven in juni-juli (Hering, 1957a).

phenology Larvae in June-July (Hering, 1957a).

BENELUX

BE waargenomen (Warchalowski, 2003a).

NE niet waargenomen (Beenen & Winkelman, 1993a; Fauna Europaea, 2007).

LUX waargenomen (Fauna Europaea, 2007).

BENELUX

BE recorded (Warchalowski, 2003a).

NE not recorded (Beenen & Winkelman, 1993a; Fauna Europaea, 2007).

LUX recorded (Fauna Europaea, 2007).

verspreiding binnen Europa Van de Pyreneen en Belgiƫ tot Klein Azie en Mongoliƫ (Warchalowski, 2003a). Volgens de Fauna Europaea (2007) ook van Duitsland en Denemarken tot Zweden, Finland en noord-Rusland.

distribution within Europe From Pyrenees and Belgium to Asia Minor and Mongolia (Warchalowski, 2003a). According to the Fauna Europaea (2007) also from Germany and Denmark to Sweden, Finland and northern Russia.

larve Steinhausen (1994a).

larva Steinhausen (1994a).

literatuur

references

Amsel & Hering (1931a), Beenen & Winkelman (993a), Doguet (1994a), Bukejs (2009a), Hering (1923a, 1927b, 1930a, 1957a), Mohr (1981a), Steinhausen (1994a), Warchalowski (2003a).

17/01/2017