Dibolia femoralis Redtenbacher, 1849

Coleoptera, Chrysomelidae

mijn Grote bruine ondoorzichtige blaasmijnen in de grondbladeren, die meestal vanuit de bladtop uitstralen. Frass, grotendeels in het centrum van de mijn, aan de bladonderzijde te zien als diepzwarte vlekken. Verpopping buiten de mijn (Doguet, 1994a; Hering, 1957a). Mijnen niet te onderscheiden van die van D. schillingi op dezelfde waardplant, maar de imagines van femoralis zijn groen of bruingroen, die van schillingi bruinzwart.

mine Large, brown, opaque blotches in the lower leaves, mostly radiating from the leaf tip. Frass, concentrated in the centre of the mine, visible from below as black patches. Pupation outside the mine (Doguet, 1994a; Hering, 1957a). Mines cannot be distinguished from those of D. schillingi on the same hostplant, but the adults of femoralis are green or brown green, while those of schillingi are brown black.

waardplanten: Lamiaceae, monofaag

hostplants: Lamiaceae, monophagous

Salvia austriaca, barrelieri, nemorosa, pratensis.

S. pratensis is de voornaamste waardplant (Doguet, 1994a; Hering, 1957a).

S. pratensis is the main hostplant (Doguet, 1994a; Hering, 1957a).

fenologie Larven in mei-juni; overwintering als imago; één generatie (Doguet, 1994a). Volgens Hering (1957a) treden de larven op in twee generaties, april-juni, dan weer in augustus.

phenology Larvae in May-June; hibernation als imago; univoltine (Doguet, 1994a). According to Hering (1957a) larvae are found in two generations, April-June, then again in August.

BENELUX

BE niet waargenomen (Fauna Europaea, 2007).

NE niet waargenomen (Fauna Europaea, 2007).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2007).

BENELUX

BE not recorded (Fauna Europaea, 2007).

NE not recorded (Fauna Europaea, 2007).

LUX not recorded (Fauna Europaea, 2007).

verspreiding binnen Europa Frankrijk - Duitsland - Polen - Ukraine, en heel Europa zuidelijk daarvan (Doguet, 1994a; Fauna Europaea, 2007).

distribution within Europe France Germany - Poland - Ukraine, and all of Europe furrther to the south (Doguet, 1994a; Fauna Europaea, 2007).

larve Larven geel, sociaal, kunnen verhuizen (Hering, 1924a). Steinhausen (1994a) geeft een tabel tot de larven - voorzover die bekend zijn.

larva Larvae yellow, communal; they are able to leave their mine and restart elsewhere (Hering, 1924a). Steinhausen (1994a) gives a key to the larvae - as far as these are known.

literatuur

references

Doguet (1994a), von Frauenfeld (1864a), Hering (1924a, 1936a,b, 1957a), Maček (1999a), Mohr (1981a), Skala & Zavřel (1945a), Steinhausen (1994a).

25/05/2015