Hypera rumicis (Linnaeus, 1758)

Coleoptera, Curculionidae

mijn Klein (< 1 cm) blaas- of gangmijntje, vaak een aantal in een blad. De mijn bevat frass. Vaak bij het begin en einde een rond gaatje. Na enige tijd verlaten de larven de mijn en veroorzaken daarna venstervraat in de bladeren.

mine Small (< 1 cm) blotch or corridor, often several in a leaf. The mine contains frass. Often at start and end of the mine a small round opening. Older larvae leave the mine and start making window feeding on the leaaves.

waardplanten: Polygonaceae, oligofaag

hostplants: Polygonaceae, oligophagous

Fallopia convulvulus; Oxyria digyna; ; Polygonum aviculare; Rheum rhaponticum; Rumex acetosa, crispus, hydrolapathum, patientia.

R. hydrolapathum is de voornaamste waardplant.

R. hydrolapathum is the main host plant.

fenologie Larven in juli-augustus (Scherf, 1964a).

phenology Larvae in July-August (Scherf, 1964a).

BENELUX

BE waargenomen (Ccurculionidae.be, 2010).

NE waargenomen ((Fauna Europaea, 2007; Heijerman, 1993a).

LUX waargenomen (Fauna Europaea, 2007).

BENELUX

BE recorded (Ccurculionidae.be, 2010).

NE recorded ((Fauna Europaea, 2007; Heijerman, 1993a).

LUX recorded (Fauna Europaea, 2007).

verspreiding binnen Europa Geheel Europa (Fauna Europaea, 2007).

distribution within Europe Throughout Europe (Fauna Europaea, 2007).

larve Scherf (1964a).

larva Scherf (1964a).

pop Scherf (1964a).

pupa Scherf (1964a).

synoniemen Phytonomus rumicis.

synonyms Phytonomus rumicis.

literatuur

references

Heijerman (1993a), Hering (1957a), Huber (1969a), Robbins (1991a), Scherf (1964a), Vorst (2010a).

16/06/2010