Mantura matthewsi (Stephens, 1832)

Coleoptera, Chrysomelidae

mijn Gang-blaasmijn; frass onregelmatig, compact, deels in klompjes of draadjes. Geen eischaaltje bij het begin van de mijn zichtbaar. Larve met borstpoten, zonder buikpoten. Verpopping buiten de mijn.

mine Corridor-blotch; frass inregular, compact, partly in clusters or threads. No egg shell visisble at start of mine. Larva with thoracal feet, without prolegs. Pupation outside the mine.

waardplanten: Cistaceae, monofaag

hostplants: Cistaceae, monophagous

Helianthemum nummularium.

fenologie Larven in juni-juli (Hering, 1957a); univoltien, overwintering also imago (Cox, 2007a; Doguet, 10994a).

phenology Larvae in June-July (Hering, 1957a); univoltine, adults hibernate (Cox, 2007a; Doguet, 1994a).

BENELUX

BE waargenomen Cox (2007a).

NE niet vermeld door (Beenen & Winkelman, 1993a), maar wel door Cox (2007a).

LUX waargenomen Cox (2007a).

BENELUX

BE recorded Cox (2007a).

NE not recorded by Beenen & Winkelman (1993a), but cited by Cox (2007a).

LUX recorded Cox (2007a).

verspreiding binnen Europa Van Engeland tot de Ukraine zuidwaarts (Cox, 2007a).

distribution within Europe From Britain to the Ukraine and southwards (Cox, 2007a).

larve onbekend (Cox, 2007a).

larva undescribed (Cox, 2007a).

pop onbekend (Cox, 2007a).

pupa undescribed (Cox, 2007a).

opmerkingen In de Fauna Europaea (2007) wordt de soortsnaam als mathewsi gespeld.

notes The species' name is spelled mathewsi in the Fauna Europaea (2007).

literatuur

references

Beenen & Winkelman (1993a), Cox (2007a), Doguet (19964a), Hering (1928a, 1930a, 1957a), Huber (1969a), Robbins (1991a).

17/02/2011