Neocoenorrhinus pauxillus (Germar, 1824)

Coleoptera, Rhynchitidae

Malus domestica, België, prov. Antwerpen, Mol 6-16.vi.2015 © Carina Van Steenwinkel: ovipisitielitteken in de bladvoet

Neocoenorrhinus pauxillus on Malus domestica

Malus domestica, Belgium, prov. Antwerp, Mol 6-16.vi.2015 © Carina Van Steenwinkel: oviposition scar in the leaf base

verdord en afgevallen bladeren

Neocoenorrhinus pauxillus on Malus domestica

withered fallen leaves

mijnen

Neocoenorrhinus pauxillus on Malus domestica

mines

bezette mijnen in doorzicht

Neocoenorrhinus pauxillus on Malus domestica

occupied mines, lighted from behind

de larven voltooien in ontwikkeling in het geheel verdorde blad

Neocoenorrhinus pauxillus on Malus domestica

the larvae complete their development in the complete withered leaf

larve: de verse frass is in draadstukjes!

Neocoenorrhinus pauxillus: larva in the mine

larva: the fresh frass is in thread segments!

mijn Het ei wordt meestal afgezet in de basis van de hoofdnerf. Het wijfje knaagt na de ovipositie de bladsteel aan, zodat het blad omknikt, begint te verwelken, en tenslotte afvalt. Het blad blijft nog lang daarna groen. De larve boort in de hoofdnerf, en maakt van daaruit brede voldiepe gangen en blazen in de bladschijf; de frass ligt verspreid in de mijn. Vaak verscheidene larven in een blad. De larve verlaat de mijn voor de verpopping. Blommers & Vaal (2002a) en Gønget (2003a) beschrijven de biologie.

mine The egg is deposited in the base of the midrib. After oviposition the female severes the petiole, causing the petiole to break. The leaf start to wilt and falls, but still remains green for a considerable time. The larva tunnels in the midrib, and makes from there broad, full deep blotches in the lamina. Frass dispersed in the mine. Often several larvae in a leaf. Pupation in the ground. Blommers & Vaal (2002a) and Gønget (2003a) describe the biology in more detail.

waardplanten: Rosaceae, oligofaag

hostplants: Rosaceae, oligophagous

Amelanchier lamarckii; Cotoneaster integerrimus, tomentosus; Crataegus laevigata, monogyna; Cydonia oblonga; Malus domestica; Prunus armeniaca, domestica; Pyrus communis.

fenologie Larven in de eerste helft van juni (Dieckmann, 1974a).

phenology Larvae in the first half of June (Dieckmann, 1974a).

BENELUX

BE waargenomen (Curuculionidae.be, 2010).

NE waargenmmen (Fauna Europaea, 2007; Heijerman, 1993a).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2007).

BENELUX

BE observed (Curuculionidae.be, 2010).

NE observed (Fauna Europaea, 2007; Heijerman, 1993a).

LUX not observed (Fauna Europaea, 2007).

verspreiding binnen Europa Vrijwel geheel Europ; niet in Ierland (Fauna Europaea, 2007).

distribution within Europe Almost entire Europe; not in Ireland (Fauna Europaea, 2007).

synoniemen Neocoenorrhinidius, Coenorhinus, Caenorhinus, Merhynchites, Rhynchites pauxillus.

synonyms Neocoenorrhinidius, Coenorhinus, Caenorhinus, Merhynchites, Rhynchites pauxillus.

opmerkingen Soms schadelijk in de fruitteelt, vooral op appel (Gønget, 2003a).

notes Sometimes an orchard pest, especially on apple (Gønget, 2003a).

literatuur

references

Behne (981a), Blommers & Vaal (2002a), Dieckmann (1974a), Gønget (2003a), Heijerman (1993a), Hering (1957a), Rheinheimer & Hassler (2010a), Robbins (1991a), Scherf (1964a), Vorst (2010a).

20/06/2015