Orchestes pilosus (Fabricius, 1781)

Coleoptera, Curculionidae

Quercus robur, Castricum aan Zee

Orchestes pilosus: mine on Quercus robur

Quercus robur, Castricum aan Zee

mijn

Orchestes pilosus: mine on Quercus robur

mine

detail van de frass

Orchestes pilosus: mine on Quercus robur

detail of the frass

Quercus robur, België, prov. Antwerpen, Mol © Carina Van Steenwinkel: onderzijde blad met ovipositie-litteken

Orchestes pilosus: mine on Querus robur

Quercus robur, Belgium, prov. Antwerp, Mol © Carina Van Steenwinkel: underside leaf, with oviposition scar

ander blad, bovenzijde

Orchestes pilosus

other leaf, upperside

doorzicht; larve in een begin van een cocon

Orchestes pilosus

lighted from behind; larve in the beginning of a cocoon

larve in de mijn

Orchestes pilosus

larva in the mine

mijn Ovipositie in de onderzijde van een nerf, meestal, de hoofdnerf. Hier blijft later een litteken achter. Van hier uit ontstaat een vrij kleine voldiepe blaas, van ca. 1 cm diameter, aan de bladrand, meestal in de bladtop. Het breed-gangvormige begingedeelte van de mijn is later vaak ingescheurd. Frass zwartgroen in korte draadstukjes, geplakt tegen de bovenepidermis. De verpopping vindt plaats in de mijn, in een kogelronde cocon, gemaakt van secreet (Scherf, 1964a).

mine Oviposition in the underside of a vein, usually the midrib. Here an oviposition scar remains. From this point a small full depth blotch develops, of about one cm in diameter, at the leaf margin, mostly in the leaf tip. The initial part of the mine, a quickly broadening corridor, later often tears in. Frass blackish-green, in short thread fragments, pasted to the upper epidermis. Pupation in the mine, in a globular cocoon, made from secretion that is produced by the larva itself (Scherf, 1964a).

waardplanten: Fagaceae, breed monofaag

hostplants: Fagaceae, broadly monophagous

Quercus ilex, petraea, pubescens, robur.

In zuidelijke delen van Europa ook op wintergroene eiken.

In southern parts of Europe also on evergreen Oaks.

fenologie Larven in april-juni (Hering, 1957a). Imagines verschijnen in mei, juni (Reinheimer & Hassler, 2010a).

phenology Larvae in April-June (Hering, 1957a). Adults emerge in May, Junw (Reinheimer & Hassler, 2010a).

BENELUX

BE waargenomen (Curculionidae.be, 2010).

NE waargenomen (Heijerman, 1993a).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2007).

BENELUX

BE recorded (Curculionidae.be, 2010).

NE recorded (Heijerman, 1993a).

LUX not recorded (Fauna Europaea, 2007).

verspreiding binnen Europa Van Noorwegen, Ierland en Frankrijk oostwaarts tot Rusland, Roemenië en Italië (Fauna Europaea, 2007)

distribution within Europe From Norway, Ireland and France eastwards to Russia, Romania and Italy (Fauna Europaea, 2007).

synoniemen Rhynchaenus pilosus.

synonyms Rhynchaenus pilosus.

opmerkingen In Nederland zeldzaam. Gewoon in Engeland (Morris, 1993a).

notes Rare in the Netherlands. Common in the UK (Morris, 1993a).

literatuur

references

Beiger (1979a), Buhr (1933a), Caillol (1954a), Heijerman (1993a), Hering (1923a, 1924a,b, 1930a, 1934g, 1936b), Maček (1999a), le Monnier (2003a), Morris (1993a), Reinheimer & Hassler (2010a), Robbins (1991a), Scherf (1964a), Sønderup (1949a) Stammer (2016a), Tomov & Dimitrov (2007a), Vorst (2010a).

31/03/2017