Otiorhynchus rugifrons (Gyllenhal, 1813)

Coleoptera, Curculionidae

mijn Grote blaasmijn met verspreide frass in een van de laagste bladeren; na enkele dagen verhuist de larve via de bladsteel naar de wortel, en leeft daar verder. Verpopping in de grond(Fox Wilson, 1925a).

Volgens Scherf (1964a) wordt slechts in uitzonderingsgevallen een ei op een blad afgezet, en gebeurt dit normaliter in de grond.

mine Large blotch with dispersed frass in one of the lowest leaves; after a few days the larva moves through the petiole down and continues feeding on the roots. Pupation in the ground (Fox Wilson, 1925a).

According to Scherf (1964a) oviposition is on the ground, and only exceptionally an egg is deposited on a leaf.

waardplanten: Saxifragaceae, monofaag (?)

hostplants: Saxifragaceae, monophagous (?)

Saxifraga.

Volgens Scherf (1964a) ook op Ribes uva-crispa, Fragaria vesca, Rubus idaeus en Poaceae, maar dit heeft mogelijk alleen betrekking op vraat aan de wortels.

According to Scherf (1964a) also on Ribes uva-crispa, Fragaria vesca, Rubus idaeus and Poaceae, but possibly this is in connection with feeding on the roots only.

fenologie Minerende larven in september (Hering,1957a).

phenology Mining larvae in September (Hering,1957a).

BENELUX

BE waargenommen (Curculionidae.be, 2010).

NE niet waargenommen (Heijerman, 1993a).

LUX niet waargenommen (Fauna Europaea, 2007).

BENELUX

BE recorded (Curculionidae.be, 2010).

NE not recorded (Heijerman, 1993a).

LUX not recorded (Fauna Europaea, 2007).

verspreiding binnen Europa Van Scandinaviƫ tot het Iberisch Schiereiland en Italiƫ, en van Ierland tot Polen en Ostenrijk (Fauna Europaea, 2007).

distribution within Europe From Scandinavia to the Iberian Peninsula and Italy, and from Ireland to Poland and Austria (Fauna Europaea, 2007).

literatuur

references

(Fox Wilson (1925a), Heijerman & Hodge (2005a), Hering (1957a), Robbins (1991a), Scherf (1964a).

16/06/2010