Pseudorchestes persimilis (Reitter, 1911)

Coleoptera, Curculionidae

mijn De mijn begint als een paar korte gangetjes in de bladtop, komend vanuit de hoofdnerf en lopend naar de bladrand. Daar vloeien ze tot een blaasmijn samen. Het centrum van de mijn is ietwat opgeblazen, en is zwartgekleurd doordat zich hier een sterke concentratie van frass bevindt. De verpopping vindt plaats in de mijn, in een kogelronde cocon, gemaakt van secreet. De cocon bevindt zich in het met frass gevulde centrum.

mine The mine begins as a few short corridors in the leaf tip, running from the midrib to the leaf margin. There they coalesce into a blotch. The centre of the mine is somewhat inflated and coloured black by a strong accumulation of frass. Pupation in the mine, in a globular cocoon made out of secretion. The cocoon is situated in the frass-filled centre of the mine.

waardplanten: Asteraceae, oligofaag

hostplants: Asteraceae, oligophagous

Centaurea nigra; Dittrichia graveolens, viscosa; Pulicaria dysenterica, vulgaris.

fenologie Larven in april-mei (Scherf, 1964a).

phenology Larvae in April-May (Scherf, 1964a).

BENELUX

Niet bekend uit de Benelux-landen (Fauna Europaea, 2011).

BENELUX

Not known from the Benelux countries (Fauna Europaea, 2011).

verspreiding binnen Europa Van Frankrijk tot Slowakije; Iberisch Schiereiland en Italiƫ (Fauna Europaea, 2007).

distribution within Europe From France to Slovakia; Iberian Peninsula, Italy (Fauna Europaea, 2007).

synoniemen Rhynchaenus persimilis

synonyms Rhynchaenus persimilis

opmerkingen De Franse ondersoort P. persimilis gallicus (Dieckmann, 1959) leeft op Dittrichia graveolens (Hering, 1957a).

notes The French subspecies P. persimilis gallicus (Dieckmann, 1959) lives on Dittrichia graveolens (Hering, 1957a).

literatuur

references

Caillol (1954a), Hering (1936b, 1957a), Morris (1993a), Scherf (1964a).

18/10/2014/p>