Tachyerges salicis (Linnaeus, 1758)

Coleoptera, Curculionidae

Salix cinerea; © Rob Edmunds, Engeland

Tachyerges salicis: mine on Salix cinerea

Salix cinerea; © Rob Edmunds, UK

Salix caprea, België, prov. Antwerpen, Mol; © Carina Van Steenwinkel

Tachyerges salicis: mine on Salix caprea

Salix caprea, Belgium, prov. Antwerp, Mol; © Carina Van Steenwinkel

de mijn bevatte verscheidene larven

Tachyerges salicis: larvae in the mine

the mine contained several larvae

ovipositie-littekens op de zijnerven waren niet te vinden; de betekenis van dit litteken is niet duidelijk

Tachyerges salicis: oviposition scar??

no oviposition scars could be found on the lateral veins; the interpratation of this scar is unclear

verpopping in cocons in de mijn; het materiaal is uitgekweekt, de determinatie is bevestigd door Marc Delbol

Tachyerges salicis

pupation in cocoons in the mine; the material has been bred, the identification was confirmed by Marc Delbol

mijn Het ei wordt afgezet in de onderzijde van een zijnerf. Van hieruit ontwikkelt zich een grote voldiepe doorzichtige lichtbruine blaasmijn die zich van nerven niets aantrekt. De mijn ligt meestal in de distale deel van het blad, en kan het halve blad beslaan. De mijn scheurt vaak in, en de bladtop is misvormd. De larve verpopt tenslotte in een bolvormige cocon in de mijn (Scherf, 1964a).

mine Oviposition in the underside of a lateral vein. From here develops a large, full depth transparant light brown blotch that expands irrespective of the leaf venation. Mine mostly in the distal half of the leaf, may eventually occupy half of its surface. The mine often tears in, and the leaf tip is disfigured. The larva eventually pupates in a globular cocoon within the mine (Scherf, 1964a).

waardplanten: Salicaceae, oligofaag

hostplants: Salicaceae, oligophagous

Populus nigra, tremula; Salix alba, aurita, caprea, cinerea, fragilis, viminalis.

Salix is de voornaamste waardplant.

Salix is the main hostplant.

fenologie Larven in juni en augustus (Hering, 1957a). Bivoltien: late voorjaar en nazomer (Robbins, 1991a).

phenology Larvae in June-August (Hering, 1957a). Bivoltine: late spring and late summer (Robbins, 1991a).

BENELUX

BE waargenomen (Curculionidae.be, 2010).

NE waargenomen (Heijerman, 1993a).

LUX niet waargenomen (Fauna Europae, 2007).

BENELUX

BE observed (Curculionidae.be, 2010).

NE observed (Heijerman, 1993a).

LUX not observed (Fauna Europae, 2007).

verspreiding binnen Europa Van de Britse Eilanden tot Polen en Rusland en van Frankrijk tot Italië en Bulgarijë (Fauna Europae, 2007).

distribution within Europe From the British Isles to Poland and Russia and from France to Italy and Bulgaria (Fauna Europae, 2007).

synoniemen Rhynchaenus salicis.

synonyms Rhynchaenus salicis.

literatuur

references

Buhr (1933a, 1964a), Caillol (1954a), Drăghia (1972a), Heijerman (1993a), Hering (1930a, 1957a), Kleine (1924/1925a), Maček (1999a), Michalska (1972a), le Monnier (2003a), Reinheimer & Hassler (2010a), Robbins (1991a), Roques (1998a), Scherf (1964a), Sønderup (1949a), Vorst (2010a), Zoerner (1970a).

23/01/2017