Trachys fragariae Brisout de Barneville, 1874

Coleoptera, Buprestidae

mijn Bovenzijdige bruinige primaire blaasmijn zonder begingang; frass in draadstukjes; bovenop de plaats van de ovipositie, meestal aan de bladrand, een glimmend zwart hard geworden druppeltje secreet. Verpopping in de mijn (Hering, 1957a).

mine Upper-surface brownish primary blotch, without a preceding corridor. Frass in thread fragments. On top of the oviposition site, mostly at the leaf marignj, a shining black drop of black secretion. Pupation in the mine (Hering, 1957a).

waardplanten: Rosaceae, oligofaag

hostplants: Rosaceae, oligophagous

Anserina reptans; Fragaria vesca, viridis; Potentilla argentea, reptans.

F. viridis is de belangrijkste waardplant (Hering, 1957a).

F. viridis is the main hostplant (Hering, 1957a).

fenologie Larven in juli-augustus (Hering, 1957a).

phenology Larvae in July-August (Hering, 1957a).

BENELUX

BE niet waargenomen (Fauna Europaea, 2007).

NE niet in Nederland, wel uit het nabije Duitsland (Brechtel & Kostenbader, 2002a). Bilý (2002a), Niehuis (2004a) en de Fauna Europaea (2007) noemen de soort echter wel uit Nederland. Gezien de oecologie van de mineerder is het laatste niet zo waarschijnlijk.

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2007).

BENELUX

BE not recorded (Fauna Europaea, 2007).

NE not in the Netherlands, although it occurs in nearby Germany (Brechtel & Kostenbader, 2002a). However, Bilý (2002a), Niehuis (2004a) and the Fauna Europaea (2007) do mention the species as Dutch. Given the ecology of the miner this does not seem very probable.

LUX not recorded (Fauna Europaea, 2007).

verspreiding binnen Europa Ten zuiden van de lijn Frankrijk, Duitsland, Ukraine (Fauna Europaea, 2007).

distribution within Europe South of the line France, Germany, Ukraine (Fauna Europaea, 2007).

larve Schaer (1949a), Bilý (1993a, 1994a), Brechtel & Kostenbader (2002a) en Niehuis (20004a).

larva Schaer (1949a), Bilý (1993a, 1994a), Brechtel & Kostenbader (2002a) en Niehuis (20004a).

pop Schaer (1949a), Bilý (1993a, 1994a), Brechtel & Kostenbader (2002a) en Niehuis (20004a).

pupa Schaer (1949a), Bilý (1993a, 1994a), Brechtel & Kostenbader (2002a) en Niehuis (20004a).

opmerkingen Voorkeur voor planten die zich met moeite handhaven onder extreem droge en hete omstandigheden.

notes Preference for plants that have the greatest difficulties to maintain themselves in extremely dry and hot situations.

literatuur

references

Beiger (1958a, 1979a), Bilý (1994a, 2002a), Brechtel & Kostenbader (2002a), Cobos (1986a), Hering (1923a, 1930a, 1932g, 1957a), Niehuis (2004a), Schaefer (1949a), Théry (1942a).

23/02/2011