Agromyza albitarsis Meigen, 1830

Diptera, Agromyzidae

Populus canescens, Naarder Bos

Agromyza albitarsis: mine on Populus canescens

Populus canescens, Naarder Bos

zelfde mijn in doorzicht

Agromyza albitarsis: mine on Pupulus canescens

same mine in transparancy

Populus cf viminalis, België, prov. Namen, Furfooz, Parc National de Furfooz © Stéphane Claerebout

Agromyza albitarsis: mine on Salix cf. viminalis

Populus cf viminalis, Belgium, prov. Namur, Furfooz, Parc National de Furfooz © Stéphane Claerebout

Populus canescens, Amsterdam: voedingsprikjes

Agromyza albitarsis: feeding puncturee

Populus canescens, Amsterdam: feeding punctures

Populus tremula, België, prov. Luik, Heid des Gattes-Aywaille © Carina Van Steenwinkel: de linker mijn is van A. albitaris; rechts daarvaan, veel donkerder, een mijn van Zeugophora spec.

_3301_0

Populus tremula, België, prov. Luik, Heid des Gattes-Aywaille © Carina Van Steenwinkel: the mine to the left is of A. albitaris; more to the right, much darker, a mine of em>Zeugophora spec.

de twee mijnen in doorzicht; het oranje vlekje is het kenmerkende ovipositie-litten van Zeugophora. De pijl wijst naar de jonge Zeugophora-larve die in de verkeerde mijn is verdwaald. De albitarsis-larve is volgroeid en heeft al een boogsnede gemaakt.

_3301_3

the two mines in transparancy; the orange spot is the characteristic oviposition scar of Zeugophora; the arrow points to the young Zeugophora larva, that has strayed into a foreign mine. The albitarsis-larve is fully grown and already has made its exit slit.

mijn Langgerekte, bovenzijdige blaasmijn; op populier een stuk groter dan op wilg. De kleur is aanvankelijk groen, maar verandert al snel in ondoorzichtig donkerbruin. De larven (maden) onderscheiden deze mijn die van Leucoptera sinuella en Zeugophora-soorten. Ze zijn geel en er zitten vaak verscheidene in één mijn. Ze verlaten voor de verpopping de mijn via de bovenepidermis.

mine Elongated, upper-surface blotch, on Poplars much larger than on Willows. At first the colour is green, but this quickly turns into an opaque brown. The larvae (maggots) distinguish these mines from those of Leucoptera sinuella and Zeugophora species. They are yellow, and often live communal. They leave the mine before pupation; the exit slit is in the upper epidermis.

waardplanten: Salicaceae, oligofaag

hostplants: Salicaceae, oligophagous

Populus alba, balsamifera, x canadensis, x canescens, deltoides, nigra, simonii, tremula, tremuloides, trichocarpa; Salix alba, alba x fragilis, purpurea, repens, triandra.

fenologie Larven in juni en augustus (Hering, 1957a; Martinez & Gumez, 1998a).

phenology Larvae in June and August (Hering, 1957a; Martinez & Gumez, 1998a).

BENELUX

BE waargenomen (Scheirs, De Bruyn & von Tschirnhaus, 1999a).

NE waargenomen (Kabos, 1971a, als A. populi Hendel).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2007).

BENELUX

BE recorded (Scheirs, De Bruyn & von Tschirnhaus, 1999a).

NE recorded (Kabos, 1971a, als A. populi Hendel).

LUX not recorded (Fauna Europaea, 2007).

verspreiding binnen Europa Van Noorwegen tot Italië, en van Engeland en Frankrijk tot Polen (Fauna Europaea, 2007); ook Bulgarijë (Buhr, 1941a).

distribution within Europe From Norway to Italy, and from the UK and France to Poland (Fauna Europaea, 2007); also Bulgaria (Buhr, 1941a).

synoniemen Agromyza flavicornis Zetterstedt, 1855; A. populi Hendel, 1920 nec (Kaltenbach, 1864); A. lygophaga Hering, 1937. De homonieme naam Agromyza albitarsis Zetterstedt, 1848 heeft voor veel verwarring gezorgd; het is een synoniem van A. alnivora Spencer, 1969.

synonyms Agromyza populi Hendel, 1920 nec (Kaltenbach, 1864); Agromyza lygophaga Hering, 1937. The homonymous name Agromyza albitarsis Zetterstedt, 1848 has caused a lot of confusion; it is a synonym of A. alnivora Spencer, 1969.

literatuur

references

Beiger (1979a), Beuk (2002a), Bland (1994c), Buhr (1932a, 1941b, 1964a), Černý (2011a), Černý & Vála (1996a), Černý, Vála & Barták (2001a). Ci̇velek, Çikman & Dursun (2008a), Drăghia (1968a, 1972a, 1974a), Griffiths (1962a), Haase (1942a), Hering (1930b, 1955b, 1957a), Huber (1969a), Kabos (1971a), Kollár (2007a), Kollár & Hrubík (2009a), Maček (1999a), Martinez & Gumez (1998a), de Meijere (1934a), Michalska (1972a, 1976a, 2003a), Nowakowski (1954a), Pakalniškis (1982b), Papp & Černý (2015a), Robbins (1991a), Scheirs, De Bruyn & von Tschirnhaus (1999a), Spencer (1969a), Skala (1951a), Skala & Zavřel (1945a), Skuhravá & Roques (2000a), Sønderup (1949a), Spencer (1972a, 1976a), Starke (1942a), Starý (1930a), Süss (1979a, 1982a), von Tschirnhaus (1999a), Utech (1962a), Zoerner (1969a, 1970a).

27/04/2017/p>