Agromyza alnibetulae Hendel, 1931

Diptera, Agromyzidae

Betula pubescens, Maarn

7275

Betula pubescens, Maarn

Betula pubescens, Hilversum

15270 15270

Betula pubescens, Hilversum

mijn Een opvallend lange, bovenzijdige mijn die zich slechts weinig verbreedt en zich zonder plan door het blad slingert. Frass in twee rijen, zoals dat bij agromyziden gebruikelijk is. De larve verlaat de mijn voor de verpopping; bij lege mijnen is aan het einde van de mijn een onderzijdige (altijd?) boogvormige spleet zichtbaar.

mine An umusually long, upper-surface corridor that widens only little and winds freely through the leaf. Frass in two neat rows. Pupation outside the mine; exit slit (always?) in the lower epidermis.

waardplanten: Betulaceae, monofaag

hostplants: Betulaceae, monophagous

Betula pendula, pubescens.

fenologie Mijnen zijn gevonden van mei tot october.

phenology Mines are found from May till October.

BENELUX

BE waargenomen (De Bruyn & von Tschirnhaus, 1991a).

NE waargenomen (de Meijere, 1939a).

LUX waargenomen (Ellis).

BENELUX

BE recorded (De Bruyn & von Tschirnhaus, 1991a).

NE recorded (de Meijere, 1939a).

LUX waargenomen (Ellis).

verspreiding binnen Europa Van Noorwegen tot Italië, en van Ierland tot Roemenië (Fauna Europaea, 2007); Bulgarijë (Buhr, 1941b), Slovenië (Maček, 1999a).

distribution within Europe From Norway to Italy, and from Ireland to Roumania (Fauna Europaea, 2007); Bulgaria (Buhr, 1941b), Slovenia (Maček, 1999a).

synoniemen Tot ca 1970 werd aangenomen dat op berk en els één soort Agromyza voorkwam, A. alnibetulae; pas toen werd door Spencer (1969a) onderkend dat het om twee verschillende soorten ging, A. alnibetulae alleen op berk, A. alnivora alleen op els.

Agromyza albitarsis Zetterstedt 1848, nec Meigen, 1830.

synonyms Untill about 1970 one believed that a single Agromyza species lived on Alder and Birch, which was called A. alnibetulae. Only then Spencer (1969a) noted that in fact two species were involved, A. alnibetulae living only on Birch, A. alnivora only on Alder.

Agromyza albitarsis Zetterstedt 1848, nec Meigen, 1830.

opmerkingen Hering (1957a) schrijft dat A. alnibetulae zeer zelden optreedt bij Carpinus. Het is uiteraard niet uit te maken of deze opmerking betrekking heeft op alnibetulae of alnivora.

notes Hering (1957a) writes that very rarely A. alnibetulae occurs on Carpinus. Obviously, it cannot be decided whether this remark concerns alnibetulae or alnivora.

literatuur Zoals hierboven uitgelegd zijn waarnemingen voor 1970 zonder vermelding van de waardplant niet betrouwbaar.

references As explained above, references without hostplant information, published before 1970, are unreliable.

Ahr (1966a), Beuk (2002a), Bland (1977a), De Bruyn & von Tschirnhaus (1991a), Buhr (1932a, 1941b, 1964a), Černý & Merz (2007a), Csóka (2003a), van Frankenhuyzen & Houtman (1972a), van Frankenhuyzen Houtman & Kabos (1982a), Haase (1942a), Hartig (1939a), Hering (1931b, 1955b, 1957a), Huber (1969a), Kollár (2007a), Kozlov, van Nieukerken, Zverev & Zvereva (2013a), Maček (1999a), Manning (1956a), de Meijere (1924a, 1939a), Michalska (1972a, 1976a, 2003a), Nowakowski (1954a), Ostrauskas, Pakalniškis & Taluntyte (2003a), Pakalniškis (1983a), Papp & Černý (2015a), Robbins, (1991a), Skala (1951a), Skala & Zavřel (1945a), Skuhravá & Roques (2000a), Sønderup (1949a), Spencer (1969a, 1972a, 1976a), Starke (1942a), Starý (1930a), Süss & Moreschi (2003a), Surányi (1942a), von Tschirnhaus (1999a), Zoerner (1969a, 1970a).

07/08/2016