Agromyza alnivora Spencer, 1969

Diptera, Agromyzidae

Alnus glutinosa, Naardense Bos

16856_01

Alnus glutinosa, Naardense Bos

zelfde mijn, doorvallend licht

16856_02

same mine, in transparancy

Alnus glutinosa, Amsterdam: stukje van het eerste deel van de gang

14093

Alnus glutinosa, Amsterdam: part of the first stretch of the corridor

mijn Een geleidelijk breder wordende, aanvankelijk heel ondiepe, bovenzijdige gang (uiteindelijk vaak heel breed), zonder associatie met hoofdnerf of bladrand, later vaak met een kenmerkende bruine verkleuring. Frass in twee rijen, zoals dat bij agromyziden gebruikelijk is. De goudkleurige larve verlaat de mijn voor de verpopping; bij lege mijnen is aan het einde van de mijn een boogvormige spleet in de bovenepidermis zichtbaar.

mine An upper-surface corridor, initially very shallow, gradually widening (often quite broad in the end), not associated with leaf margin or venation; mature mine often with a characteristic brown colouration. Frass in two rows, as usual in Agromyzidae. The gold-coloured larva leaves the mine before pupation, the semicircular exit slit is in the upper epidermis.

waardplanten: Betulaceae, monofaag

hostplants: Betulaceae, monophagous

Alnus glutinosa, incana, viridis.

waardplanten Alnus glutinosa, incana.

hostplants Alnus glutinosa, incana.

fenologie Larven in juni-october; volgens Robbins (1991a) zijn er twee generaties.

phenology Larvae in June-October; bivoltine, according to Robbins (1991a).

BENELUX

BE waargenomen (Chris Steeman, Paul Fontaine, 2007 in corr.)

NE Vrijwel overal waar elzen staan wordt deze soort gevonden, maar het aantal aangetaste bladeren per boom is gewoonlijk niet zo groot.

LUX waargenomen (Ellis: Kautenbach, Dudelange).

BENELUX

BE observed (Chris Steeman, Paul Fontaine, 2007 in corr.)

NE Can be found in practically every clump of Alder trees, but the number of mines per tree is mostly limited.

LUX observed (Ellis: Kautenbach, Dudelange).

verspreiding binnen Europa Van Scandinavië tot Frankrijk, en van Engeland tot Bulgarijë (Fauna Europaea, 2007); ook Corsica (Buhr, 1941b).

distribution within Europe From Scandinavia to France, and from the UK to Bulgaria (Fauna Europaea, 2007); also Corsica (Buhr, 1941b).

synoniemen Agromyza albitarsis Zetterstedt, 1848, nec Meigen, 1830.

Tot ca. 1970 werd aangenomen dat op berk en els één soort Agromyza voorkwam: A. alnibetulae. Pas toen werd door Spencer (1969a) onderkend dat het om twee verschillende soorten ging, A. alnibetulae Hendel alleen op berk, A. alnivora alleen op els.

synonyms Agromyza albitarsis Zetterstedt, 1848, nec Meigen, 1830.

Untill about 1970 is was believed that Birch and Alder had the same Agromyza, viz. A. alnibetulae. Only then Spencer (1969a) discovered that alnibetulae as then understood was a mix of two species, A. alnibetulae Hendel living only on Birch and A. alnivora only on Alder.

literatuur

references

Abras, Fassotte, Chandelier & Cavelier (2008a), Ahr (1966a), Beiger (1979a), Beuk (2002a), Buhr (1932a, 1941b), Černý, Vála & Barták (2001a), Csóka (2003), Drăghia (1968a, 1972a, 1974a), van Frankenhuyzen & Houtman (1972a), van Frankenhuyzen Houtman & Kabos (1982a), Haase (1942a), Hartig (1939a), Hering (1957a), Huber (1969a), Kvičala (1938a), Maček (1999a), Matošević, Pernek, Dubravac & Barić (2009a), de Meijere (1924a, 1925a, 1939a), Michalska (1976a, 2003a), Nowakowsi (1954a), Pakalniškis (1982b, 1990), Papp & Černý (2015a), Robbins (1991a), Skala & Zavřel (1945a), Sønderup (1949a), Spencer (1969a, 1971a, 1972a, 1976a), Starke (1942a), Starý (1930a), Surányi (1942a), von Tschirnhaus (1999a), Zoerner (1969a)

24/04/2016