Agromyza anthracina Meigen, 1830

Diptera, Agromyzidae

Urtica dioica, Amstelveen

Agromyza anthracina: mine on Urtica dioica

Urtica dioica, Amstelveen

Urtica dioica, Duin en Kruidberg: frass in een lange draad

Agromyza anthracina: mine on Urtica dioica

Urtica dioica, Duin en Kruidberg: frass in a long thread

Urtica dioica, Nieuwendam: mijn voldiep, met vage primaire en secundaire vraatlijnen

Agromyza anthracina: mine on Urtica dioica

Urtica dioica, Nieuwendam: mine full depth, with vague primary and secondary feeding lines

Urtica dioica, België, prov. Oost-Vlaanderen, Oudenaarde, bos t’Ename © Carina Van Steenwinkel

Agromyza anthracina: mine on Urtica dioica

Urtica dioica, Belgium, prov. East Flanders, Oudenaarde, bos t’Ename © Carina Van Steenwinkel

frass meestal deels als een haardunne draad

Agromyza anthracina: mine on Urtica dioica

frass usally partly as a hair-thin thread

mijn Voldiepe (ongewoon voor een agromyzide) mijn met vage primaire en secundaire vraatlijnen. Meestal ligt de mijn in het centrum van het blad. De mijn begint met een smalle gang, die in darmachtige windingen ligt (tenzij de mijn aande bladrand ligt; dan volgt de beginggang min of meer de bladrand). Verderop verbreedt de gang zich tot een langgerekte blaas. Frass voor een deel in lange dunnen draden. In vergelijking met de twee andere Agromyza's op brandnetel is de mijn veel helderder, minder groen-wolkig. Verpopping buiten de mijn.

mine Full depth (unusual, for an agromyzid) mine with indistinct primary and secondary feeding lines. Generally the mines lies in the centre of the leaf. The mine starts as a narrow corridor, strongly, 'intestine-like', wound (unless the mine lies near the leaf margin, in which case the first part of the corridor follows the leaf margin). Furtheron the corridor widens into an elongated blotch. Part of the frass in a long fine thread. In comparision with the other two Agromyza's on Nettle the mine is much clearer, less green-cloudy. Pupation outside the mine.

waardplanten: Urticaceae, oligofaag

hostplants: Urticaceae, oligophagous

Parietaria officinalis; Urtica dioica, pilulifera, radicans, urens.

Urtica is verreweg de belangrijkste waardplant. Door Maček (1999a, Slovenië) ook gemeld van Humulus lupulus.

Urtica is the most important hostplant by far. Mentioned by Maček (1999a, Slovenia) also from Humulus lupulus.

fenologie In twee generaties: larven in mei-juni en september-october. In de meeste jaren zeer gewoon.

phenology In two generations: larvae in May-June and September-October. In most years very common.

BENELUX

BE waargenomen Scheirs, De Bruyn & von Tschirnhaus (1996a).

NE waargenomen (de Meijere, 1924a).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 12007).

BENELUX

BE recorded Scheirs, De Bruyn & von Tschirnhaus (1996a).

NE recorded (de Meijere, 1924a).

LUX not recorded (Fauna Europaea, 12007).

verspreiding binnen Europa Van Scandinavië tot Spanje, en van Ierland tot Polen en Servië (Fauna Europaea, 2007; Černý & Merz, 2006a; Gil Ortiz, 2009a).

distribution within Europe From Scandinavia to Spain, and from Ireland to Poland Serbia (Fauna Europaea, 2007; Černý & Merz, 2006a; Gil Ortiz, 2009a).

synoniemen Agromyza freyi Hendel, 1931.

synonyms Agromyza freyi Hendel, 1931.

literatuur

references

Beiger (1955a, 1960a, 1965a, 1970a, 1979a), Beuk (200a), Buhr (1932a, 1964a), Černý (2001a, 2011a), Černý & Merz (2005a, 2006a, 2007a), Černý & Vála (1999a), Černý, Vála & Barták (2001a), Civelek ao (2007a), Dempewolf (2001a), van Frankenhuyzen Houtman & Kabos (1982a), Gil Ortiz (2009a), Gil-Ortiz, Martinez & Jiménez-Peydró (2010a), Griffiths (1962a), Hering (1955b, 1957a), Kabos (1971a), Maček (1999a), Manning (1956a), de Meijere (1924a, 1939a), Michalska (1970a, 1972a, 1976a), Niblett (1956a), Nowakowski (1954a, 1964a), O'Connor (2001a), Pakalniškis (1990a), Papp & Černý (2015a), Robbins (1991a), Scheirs, De Bruyn & von Tschirnhaus (1996a, 1999a), Skala & Zavřel (1945a), Sønderup (1949a), Spencer (1953a, 1972a, 1976a), Starke (1942a), Starý (1930a), Surányi (1942a), von Tschirnhaus (1999a), Ureche (2010a), Zoerner (1969a).

26/10/2016