Agromyza baetica Griffiths, 1963

Diptera, Agromyzidae

mijn Het ei wordt afgezet nabij de bladrand; vaak verscheidene op hetzelfde blad, niet dicht bijeen. De larve mineert eerst een eindweegs in de richting van de bladtop, daalt vervolgens weer tot nabij het begin. De mijn blijft ondertussen gangachtig, is tenslotte maximaal 4 mm breed. Frass in grote opvallende brokjes. Verpopping buiten de mijn; de puparia kleven buiten aan het blad.

mine Oviposition near the leaf margin; often several eggs on the same leaf, well separated. The larva ar first mines some distance towards the leaf tip, then reverses and descends to about the initial position. The mine remains semi-linear all the while, never becoming wider than 4 mm. Frass in large conspicuous particles. Pupation external; the puparia adhere to the leaf.

waardplanten: Poaceae, monofaag

hostplants: Poaceae, monophagous

Phragmites australis.

verspreiding binnen Europa Spanje (Fauna Europaea, 2010).

distribution within Europe Spain (Fauna Europaea, 2010).

larve Waarschijnlijk sterk gelijkend op de larven van A. graminicola.

larva Probably strongly resembling the larvae o A. graminicola.

puparium Roodbruin.

puparium Reddish brown.

literatuur

references

Griffiths (1963a), Nartshuk (2011a).

30/03/2015